Marjanneke, stoer wijf — by Hanneke Tinor-Centi

Marjanneke, stoer wijf speelt zich af in Dordrecht aan het eind van de 19e eeuw. Het is 1884 wanneer de Industriële Revolutie Nederland bereikt en een groot aantal plattelandarbeiders naar de grote steden trekt om daar hun geluk te beproeven. Onder hen bevinden zich Joost en Marjanneke de Kleijn en hun drie kinderen. Joost werkt…

via Marjanneke, stoer wijf — by Hanneke Tinor-Centi

18 dec. – Internationale Migrantendag

Bij migranten denk je natuurlijk aan mensen die vanuit het buitenland naar ons toe verhuizen.
Maar ik dacht eerlijk gezegd meteen aan mijn overgrootouders Joost en Marjanneke de Kleijn. Zij waren arbeidsmigranten die in 1884 vanuit Schaijk naar Dordrecht verhuisden. Voor toen een hele grote stap!

Tijdens mijn research naar het hoe en waarom ze naar Holland gingen, kreeg ik steeds een grotere inkijk in hun leven daar in Dordrecht. Het archief gaf mij over de leefwijze in die jaren veel prijs en ik nam dat gretig tot mij.

Een ding werd mij wel duidelijk, het leven daar was hard, keihard. Als nieuwkomers in de grote stad moesten zij zich daar staande weten te houden. De eerste barrière was hun Schaijks dialect. Om zich goed verstaanbaar te maken was het belangrijk om Algemeen Beschaafd Nederlands te leren en te spreken. Wetend dat ze anders geen toekomst zouden hebben.

Dat ze met hun kinderen terecht zouden komen in arbeiderswoningen waarin vele gezinnen huisden, bestaande uit soms wel acht tot tien personen? En dat elk gezin één kamer van slechts 20 vierkante meter groot tot hun beschikking kreeg? Nee, zo had Marjanneke haar toekomst daar niet voorgesteld. Het was dan ook een hele grote overgang.

Maar mijn overgrootouders hielden zich staande en maakten wat van hun leven daar in Dordrecht. Dat heb ik allemaal verwoord in een historische roman.

Gedurende mijn zoektocht naar hun voetsporen kreeg ik volop respect voor hen. Mijn sympathie trok vooral richting Marjanneke, de moeder die thuis alles draaiende moest zien te houden. Wat een stoer mens was dat.
Toen dat tot me doordrong wist ik ineens de titel van het boek.
‘Marjanneke, stoer wijf’.

Herinneringen aan mams bureautje, september jl.

Het huis raakt leeg. Het ene meubelstuk na het andere vindt een ander thuis. Raar om te zien hoe door het ontmantelen van een woning de ziel langzaam verdwijnt.

En daar zitten we dan, op de laatste vier stoelen die zo met ons meegaan. We kijken rond en weten ‘het is goed zo’.
‘En neem jij dan zo het bureautje mee?’ vraagt mijn oudste broer aan mijn zus. Ze knikt.
We kijken er allen naar. Ieder met zijn eigen herinneringen. Het ziet er nu iel uit, zo alleen. Enkel het glazen engeltje staat er nog bovenop. Alsof die over ons waakt.

Het is tijd om te vertrekken.
Ik loop naar mams bureautje. Met zijn vele laatjes. Ik heb er geen plaats voor anders was ie mee gegaan naar Beuningen. Nu blijft ie in Schaijk, twee straten verderop, op de oude vertrouwde grond. En dat is fijn.
Ik doe weer even de klep open en zie in gedachten alle foto’s die er tot vier weken geleden allemaal nog stonden. Toen er nog niks aan de hand was.
Die foto’s waren mijn moeder heel dierbaar. Zoveel herinneringen met zoveel verhalen. Want ja, dat was mam, van de verhalen.

Ooit is het bureautje voor haar gekocht om er aan te schrijven. Het kreeg een plek in de achterkamer. Met trots zat ze daar achter haar typemachine, een Brother. Vele typelinten, pakken papier en flesjes type-ex heeft ze daar versleten. Totdat mam niet meer de trap op kon en de achterkamer haar slaapkamer werd. Waarop het bureautje naar de woonkamer verhuisde. Echter zonder de typemachine. Schrijven deed ze vanaf toen alleen nog maar met de pen, zittend aan tafel of op de bank.

De familie om haar heen dunde uit en langzaamaan raakte het werkblad, daar waar eerst de typemachine stond, vol met foto’s. En tierlantijntjes. Niks daarvan mocht van mam weg, want alles had een herinnering.

Zoals het glazen engeltje, wat we samen op een kerstshow in Venlo kochten. Dat er nu nog heel alleen staat. Terwijl ik het wil pakken, tik ik het per ongeluk aan. Ik schrik en wil het nog snel grijpen, maar ik ben te laat. Het valt op de grond. In wel duizend glazen pareltjes.
Duizend glinsteringen die staan voor de duizend herinneringen aan mam en haar bureautje.

Het is afkicken geblazen…

Marjanneke is op de wereld gezet.
Nu ze groot en wijs genoeg is mag ik haar eindelijk loslaten. Natuurlijk blijf ik haar wel begeleiden met haar reis de wijde wereld in. Dat doe ik bijvoorbeeld met lezingen, door te vertellen over haar avontuur en over het boek.
Maar aan haar verhaal kan ik niets meer veranderen. Dat is klaar.
Althans, zo hoort het te zijn.

Ik mag namelijk weer nadenken over een nieuw boek. Een waar ik zelfs stiekem al wat research voor heb gedaan en de eerste woorden voor op papier heb gezet. Terwijl ik daar vrij in ben, voelt het toch alsof ik Marjanneke in de steek laat, alsof ik iets fout doe. Zo van, hoe kan ik daar nou mee bezig zijn terwijl Marjanneke hier gewoon voor me staat.

Maar ik zei het al, het boek is klaar, juist, ik zeg het nog maar eens hardop tegen mezelf: KLAAR!

Dat houdt dus in dat ik vanaf nu over van alles en nog wat mág schrijven. Dat ik daar tijd aan mág en kán besteden. Tijd mag vrijmaken voor een nieuw boek in plaats van me bezighouden met Marjanneke. Geloof me, die overgangsfase voelt alsof ik stiekem vreemdga. Ja, lach er maar om, het voelt alsof ik Marjanneke bedrieg.

Toch kan ik een gevoel van triomfantelijkheid echter ook niet onderdrukken. Van ‘Wauw, de klus is geklaard, ik mag verder’.

Terwijl ik om me heen kijk zie ik allemaal nog sporen van Marjanneke. De achtergelaten aantekeningen, mijn gekleurde schriftjes waarin alle personages rondom Marjanneke tot leven kwamen.
Hoog tijd dat ik ga ruimen, zowel in de schrijfkamer als in mijn hoofd. Om zo ruimte te creëren voor de verhalen van een andere dappere vrouw.

Daarbij gaan direct mijn gedachten terug naar een zomerse zondagmiddag, in een Brabants dorpje, zo’n anderhalf jaar geleden. Ik zat daar in de tuin op een feest van een vriend. Hij vierde het leven dat hij, na een zware operatie, weer terug had gekregen. Samen met vele vrienden genoot ik van dat bijzondere moment. Tussen een wolkbreuk en onweersbui door kwam ik in gesprek met zijn moeder. Genietend van de lekkere hapjes van de barbecue vertelde zij mij ondertussen in een notendop haar levensverhaal. De stroom van woorden overdonderde mij. Ik hing aan haar lippen en dacht ondertussen gelijk aan een nieuw boek. Haar verhaal wilde ik vastleggen.

Maar ik was nog zo druk met Marjanneke. Dit verhaal moest wachten, maar de pijn die ik in haar woorden proefde, heeft mij al die tijd niet verlaten.

Nu liggen er drie cassettebandjes voor me, met verhalen over haar emigratie in 1956 naar Australië. Ik kan bijna niet wachten om me hierin te verdiepen. En ik verheug me nu al op de gesprekken die hierna met haar op het programma staan. En zo snel mogelijk. Haar hoge leeftijd van 90 jaar speelt daarbij natuurlijk ook een grote rol.

Ja, ik geloof dat ik wel kan zeggen dat er een nieuw boek in wording is. Vanaf vandaag ga ik me verdiepen in en schrijven over een hard leven vol idealisme en realisme. En vooral een van doorgaan…
Hoor ik daar een tweede Marjanneke? Nou, een ding is zeker, ik vind haar net zo’n stoer mens!

“Hoi mam, hoe gaat het daarboven?”

Beuningen, 27 november 2019

Hoi mam,

Hoe gaat het daarboven?
Ben je tante Marie al tegengekomen? En heb je antwoorden gekregen of gevonden op al jouw vragen?
Er tenminste van uitgaande dat er een ‘boven’ is…
Ik hoop het voor je, want je keek daar ontzettend naar uit.

Vandaag is het alweer 3 maanden geleden dat ik achter mijn laptop kroop en een brief aan jou ging schrijven. Toen voor de uitvaart.
Eén dag daarvoor zei jouw lichaam dat het genoeg was geweest en piepte je er plotseling tussenuit.
Deze brief schrijf ik puur omdat ik je zo ontzettend mis. Elke keer als dat gevoel mij overvalt, wellen de tranen in mijn ogen op. Net als nu.
Met een troebel zicht op mijn toetsenbord probeer ik die tranen direct weg te knipperen. Ik ben tenslotte een vrouw van 61 jaar oud, hallo zeg, even normaal doen, toch?!
Maar mam, naast een leeftijd ben ik ook jouw dochter, ben ik jouw kind die jou gewoon nog niet kan missen. Moet ik me daarvoor schamen? Nee. Maar onbewust denk ik aan de omgeving, aan wat die wel niet zullen denken!

Nou, gesnotter voorbij, ik wil je van alles vertellen, heel veel. Maar ik weet gewoon niet waar ik moet beginnen. Er is de laatste maanden ook zoveel gebeurd.
Om even dichtbij huis te blijven, afgelopen week lag ik geveld door een echte griep plat. In eerste instantie boven in bed. Maar een paar dagen later kon ik die verruilen met de bank beneden.
Mam, ik moet je zeggen, die bank van jou ligt voortreffelijk! Wat ben ik blij dat ik de jongens alsnog gevraagd heb die oude bank van mij naar de stort te brengen en die van jou ervoor in de plaats hier neer te laten zetten. Heb jij dat van bovenaf soms geregeld haha?
Maar liggend op jouw bank moest ik veel aan jou denken. Hoe jij jouw laatste maanden hierop sleet.
En hoe jij in de tijd dáárvoor daar rechtop zat, met pen en papier in de hand, krabbelend, omdat er een idee in je opkwam. Zó herkenbaar!

Na jouw overlijden nam ik me voor jou regelmatig, zeg om de paar dagen, een brief te schrijven. Een beetje zoiets als wat ik elke avond deed toen Theo overleed. Voor het slapen mijn koppie leeg maken. Maar het blijkt maar weer dat rouw nooit hetzelfde is en dat je het niet kan sturen. Ook ik niet.

Vandaag dus een brief. Eentje met echte woorden. Niet die kreten, halve zinnen, zonder een begin en eind, die warmoes van woorden in mijn hoofd die ik alsmaar geen platform kon geven, toen niet. Nu eindelijk wel, denk ik.

Mam, ik mis op dit moment jouw relativerende woorden, na al die drukte. Dordrecht, Schaijk én Siebengewald. Overal heb ik over jouw Marjanneke mogen vertellen. Het waren speciale momenten. Och mam, wat had jij hiervan genoten. Het was één gróót feest, voor mij, voor ons, voor jou. Samen met Corry en de alle anderen hebben we jou geëerd, met jouw/ons/mijn familie.

En weet je mam, buiten dat alles om wil ik ook nog gewoon even kind zijn, dat zich zoals afgelopen week even zielig voelde. Die door een paar opbeurende woorden van haar oude wijze moedertje weer snel zou opknappen.

Ach, ‘wat is missen van’ toch moeilijk!

Oké mam, dat gehad hebbende, wil ik je nu alles vertellen. Luister, want wat ik allemaal heb meegemaakt. Niet normaal. Ik ben dus naar …

Afscheidsbrief aan mijn moeder

Schaijk, 30 augustus 2019

Hoi Mam,
Hoe vaak heb ik al niet gedacht, ik moet wat op papier zetten voor het geval dat… En afgelopen week was het zover.
Ondanks dat we wisten dat jouw overlijden er aan zat te komen, glipte jij er toch nog plotsklaps tussenuit. Dus ben ik achter mijn computer gekropen, om te zoeken naar woorden, voor jou, heel raar.

Mam, ik ben blij dat een grotere lijdensweg jou hiermee bespaard is gebleven. Zeker toen ik via Corry en Henk hoorde hoe slecht jij er aan toe was. Daar schrokken we allemaal van.

Vrede met deze situatie? Ja. Maar het loslaten valt me toch moeilijk.

Met ieder van ons vieren had jij een speciale band, ieder betekende buiten het kind zijn om iets extra’s voor jou.
Zo besloot ik, na het overlijden van ons pap, jou elke dag te bellen. Ter controle om te horen hoe het met jou ging. Soms belden we, tot ‘frustratie’ van Theo, wel twee tot drie keer op een dag met elkaar.
Onze band verstevigde zich toen Theo overleed. Samen met jou aan de telefoon praten over het alleen verder moeten. Voor mij een nieuwe ervaring, terwijl jij toen al 12 jaar zonder ons pap door het leven ging. Als ik ergens mee zat, boos was op iets wat om mij heen gebeurde, of onbegrip of gewoon verdriet: jij begreep me. En bovenal, ik begreep jou vanaf toen beter.

Ook het schrijven bond ons. Na het uitbrengen van mijn eerste boek, jij had er al acht op jouw conto staan, ging ik kleine korte verhalen schrijven. Elke keer bracht ik ze voor jou uitgeprint mee. Ze verdwenen allemaal in een map.

Omdat de laatste jaren voor jou niet meer zo plezierig waren qua lichamelijke gesteldheid, zochten wij allen lichtpuntjes op waar jij naar uit kon kijken.

Toen ik eind december besefte dat het dit jaar 75 jaar geleden is dat Schaijk werd bevrijd, zag ik een leuke uitdaging voor ons tweeën. Jij had tenslotte al twee boeken uitgebracht over Market Garden, september 1944.
“Wat”, zei ik tegen je, “als we nou eens samen de maanden gaan beschrijven die vooráf gingen aan het moment dat jij langs de Corridorweg in Reek de bevrijders stond toe te juichen. Waar jij stiekem een sigaretje aannam van één van die Engelse soldaten.”

Jij vond het een goed idee. Uiteraard kon je je niet alle gebeurtenissen meer helder voor de geest halen, maar door herinneringen aan jullie thuis op te halen, jouw oude verhalen te lezen, en die te plaatsen in die bewuste periode, ontstonden automatisch leuke vertelsels. Het mooiste vond ik wel als jij, met de pen in de aanslag, alles teruglas en er aantekeningen bij zette, als een echte juf die je eigenlijk had willen worden. “Dat kan niet Annelies, dat heb ik zo niet gezegd.” Of: “dat woord heb je er twee keer staan.”
Vaak las ik het ook voor aan de telefoon. Dat was best een dingetje, want je rebbelde er telkens tussendoor. Maar als ik het dan uiteindelijk twee of wel drie keer had voorgelezen, kon je soms na een korte stilte heel zachtjes zeggen: “Goh Annelies, dat was echt zo, ik zie het helemaal voor me, het is net of ik er weer ben, wat mooi.” Blijer kon je me niet maken. En als ik weer eens een vraag over vroeger had, zei je altijd: “Was ons Marie er nog maar, die wist dit wel.”

Dat ik die verhalen op Facebook zette, op onze eigen pagina ‘Samen met Betsy naar 75 jaar bevrijding’, vond je in het begin maar niks. Maar geleidelijk aan veranderde dat. “Hoeveel mensen hebben het al gelezen? En zijn er reacties?” Heel leuk vond ik het voor je dat door onze verhalen jij een ereplekje kreeg op ‘Goei Volk’, de site van Omroep Brabant. Een titel die toevallig ook een van jouw verhalen heeft.

Helaas halen we saampjes september, 75 jaar bevrijding, net niet mam. En ook niet het moment dat op jouw 93e verjaardag een glossy boek over zussen verschijnt. Een boek vol verhalen over zussen waarin jij en Tante Dora straks samen schitteren. Voor ons een schitterend aandenken aan jouw laatste weken bij en met ons.

Omdat jij zo’n taaie tante was, kreeg ik zelfs de hoop dat ik jou misschien wel het eerste exemplaar van mijn boek over jouw oma Marjanneke, en verdere familie waaronder jouw moeder, zou kunnen aanbieden. Dromen mag toch? Maar gelukkig heb je alles meegekregen en je er tegenaan bemoeid.

Mam, jij bent en blijft mijn grote inspirator. Jou loslaten is moeilijk, maar jij hebt nu geen pijn meer. Ik weet dat het voor jou ook goed was.

‘Ik hou van jou’ is iets wat wij niet zeiden. Wel ‘Goh, wat ben ik blij jou weer te zien’. Dat waren onze laatste woorden afgelopen vrijdag. Die woorden werden heel welgemeend uitgesproken, voor mij hebben ze dan ook dezelfde betekenis.

Mam, jouw ziel gaat strakjes naar boven. Jouw eerste taak zal het opzoeken zijn van tante Marie waar je nog zoveel aan wilt vragen. Misschien kom je ook Theo tegen, dan weet je wat je moet zeggen hè. Maar daarna alsjeblieft als de wiedeweerga naar ons pap. Dan hebben wij hier beneden vrede in ons hart.

Dag lieve mam, dag…

Grijze natte wereld

Het is vroeg in de ochtend als ik in de auto stap. Langzaam rijd ik de straat uit. De ruitenwissers heb ik wakker geschud door ze gelijk in de hoogste versnelling te zetten. Het regent namelijk pijpenstelen.

Gisteravond heb ik uitgedokterd hoe ik vandaag het beste van A naar B kan rijden. Het is momenteel hopeloos op de wegen om me heen. Bijna alle snelwegen zijn afgesloten. Ik wil naar Weeze, bij Siebengewald net over de grens. Dus sla ik in plaats van linksaf nu rechtsaf en tuf ik door de blank staande wegen via Nijmegen, Ubbergen, Kranenburg, Kessel en Goch naar het restaurant waar een uitgebreid ontbijt klaar staat.
Het is ‘Burendag’, en al woon ik niet meer in Siebengewald ben ik toch uitgenodigd om me bij hen aan te sluiten. Gezellig, ik kijk er echt naar uit!
Onderweg heb ik alle tijd om te luisteren naar de radio, verhalen over de natuur, afgewisseld met klassieke muziek, lekker rustig.

Ik kijk om me heen en voel, ondanks de stromende regen, de kalmte in me neerdalen. Het Reichwald en haar heuvelachtig gebied eromheen heeft altijd dat effect op me. Heerlijk om hier te rijden, ik geniet en besef dat ik het mis. Ik moet hier vaker komen, neem ik me voor. Ondertussen dwalen mijn gedachten af naar mijn boekpresentaties. Want dat is zo fijn als je in je eentje reist, je bepaalt zelf het onderwerp van het gesprek dat je in je hoofd met jezelf voert. En bedenk ik iets belangrijks wat ik niet mag vergeten, dan ligt daarvoor de dictafoon klaar. Thuis kan ik mijn ingesproken boodschappen later verder uitwerken. Ideaal!

Maar goed, terug naar mijn wilde plannen. Dordrecht en Schaijk staan al op papier en zijn voor een groot gedeelte uitgewerkt. Nu wil ik Siebengewald nog aan dat lijstje toevoegen. Na het ontbijt ga ik daarom naar mijn oude vertrouwde plekje dat nu ‘De Tamme Kastanje’ heet. Want daar heb ik de eerste woorden voor mijn boek op papier gezet, daar ligt de oorsprong van ‘Marjanneke, stoer wijf’. Gek hè, toen wist ik al dat het boek deze titel zou krijgen.

Weer vijf uur later rijd ik terug naar huis, mijn lijf opgewarmd door zowel de brandende kachels als door de aandacht van de mensen om me heen. Te voelen dat je er nog bij hoort is iets heel speciaals. Deze ochtend zaten allemaal opgewekte mensen om me heen, allen betrokken met elkaar, pratend, luisterend, begaan met elkaars lief en leed. Dit was ooit zo en dat is dus nog steeds zo.
En ja, Siebengewald is nu ook geregeld. Zelfs degene die ik als gastspreker in gedachten had, is van de partij.

Thuisgekomen draai ik de thermostaat wat hoger en zet ik een grote pot thee. Vervolgens start ik de laptop op en leg de dictafoon klaar. Straks ga ik alles uitwerken, daar heb ik zin in. Maar eerst mijn moedertje bellen, zeggen mijn hersenen. En dan schiet ik vol. Hoe graag zou ik dat doen, even mam zeggen wat ik vandaag heb meegemaakt.
Ik kruip op de bank, rol me op en trek de plaid over me heen. Mijn ziel doet pijn, voor nu heb ik even andere warmte nodig…