Vuurtje stoken?

Wintertijd
Vrijdagmiddag overviel het me weer, ik had net het restaurant dicht en dacht nog even buiten het een en ander te doen, zoals vijgen plukken. Was het voordat ik het in de gaten had donker! Poem bats, hoppa. Klaar, kon ik weer naar binnen. We hebben de zomertijd ingeruild voor de wintertijd. En nu is het sinds een week zo vroeg donker, ik moet er nog erg aan wennen, jullie ook?

Hierdoor lijken de dagen ineens een stuk korter, de avonden juist weer veel langer. Het gevoel van ‘ik moet het binnen gezellig maken’ steekt de kop op. ‘Gezellig’ betekent voor mezelf o.a de houtkachel aanmaken, in de woonkamer boven die speciale warmte tevoorschijn toveren.

Jøtul
Maar daarvoor moet ik wel eerst de kratten met hout de trap op sjouwen. De grote stoere Noorse kachel, een Jøtul om precies te zijn, lust namelijk wel wat. Versierd met afbeeldingen van elanden met grote geweien is de gietijzeren kachel, het seizoen maakt niet uit, een echt pronkstuk.

Ik heb plezier gekregen in het aanmaken van de kachel. Dat kunstje moest ik wel eerst onder de knie krijgen. Voorheen deed Theo deed dit namelijk altijd. Vragen hoe het moet kan ik hem niet meer, maar om er achter te komen hoe hij dat ook alweer deed heb ik een foefje. Ik sluit mijn ogen en laat dan in mijn hoofd het filmpje ‘Kachel aanmaken door Theo’ afdraaien. Dan zie ik hem bij de kachel bezig met verschillende soorten hout. Alles in een bepaalde volgorde. Met natuurlijk ook het aanmaakblokje erbij om de fik erin te steken. Echt Theo’s dingetje, pyromaantje spelen, schitterend vond ie het.

Rondstruinen
Om een goed vuur te krijgen heb ik aanmaakhout nodig. Daarvoor struin ik in het bosje, achter bij de moestuin, rond op zoek naar kleine takjes. Die liggen daar voor het oprapen. Dat is deel één. Dan komen de grotere stukken hout in beeld. Dat hout ligt onder het afdak al een hele tijd te drogen. In de loop der jaren hebben familie en vrienden hier op het terrein al heel wat bomen kort gezaagd. En nu zijn het hapklare brokken voor de kachel. Klein of groot, tot 60 cm., in die Jøtel past het nog al snel.

Het knisperen…
Het is dus wintertijd, einde middag, de ceremonie ‘kachel aanmaken’ kan beginnen. Op de bodem van de kachel leg ik eerst, in het midden, de kleine takjes met daarop het aanmaakblokje. De vlammetjes krijgen vrij spel en hoor je het zachte knisperen, tijd om nog wat kleine takjes erbij te leggen. Het knetteren van die twijgen is net muziek.
Als dit goed brand is het tijd voor de iets dikkere takken, niet te veel. Rustig aan! Dan mogen de kleine stukken hout op het vuur, beetje verdelen, stapelen, lucht geven. Het vuur in de kachel moet gewoon even tijd krijgen. Dus ik loop er even van weg terwijl de deur nog open staan, dat kan geen kwaad. Blijf ik erbij zitten ga ik nogal gauw aan het poken in het vuur en hout aanvullen. En dát moet ik nu juist niet doen. Geduld is een schone zaak.
Even later mogen dan uiteindelijk de grote houtblokken erop, twee is voldoende, later weer meer…

Genieten
De warmte die even later zich verspreidt in de woonkamer is onbetaalbaar, totaal anders dan die van de CV. Ik weet het wel, je geeft die thermostaat een zwieper en binnen no time is het huis warm. Maar zo’n kachel aanmaken, alle moeite die je er voor doet, het geeft zo’n voldaan gevoel. Daar kan ik dus echt van genieten.

Naast deze houtkachel in de woonkamer heb ik er nog twee buiten staan. Eentje bij mij op de stoep achter het huis en eentje bij het vakantiehuis voor de logées. Soms help ik de gasten bij het aanmaken van hun kacheltje als dat even niet wil lukken. Dan voel ik me, als ie goed fikt, bij het weglopen best wel stoer. Helemaal als er mannen bij zitten. Lekker poeh.

Pa en zoon
Ieder jaar komen de schoorsteenvegers, vader en zoon, de kachel en schoorsteen schoon vegen. Altijd weer een gezellige bedoening met die twee gasten. Na het nodige gekift en gefoeter op elkaar ben ik aan de beurt. Het stookgedrag!
Dit jaar krijg ik een vet compliment, althans dat dacht ik. “Gè hèd goed gestookt meiske”, zegt de zoon tegen mij. Ik begin al te glimmen van trots, yes, zie je wel, ik kan het! Tot hij begint uit te leggen dat het woordje ‘goed’ betekent dat ik vééééél gestookt heb en dat ik nog wel een lesje stoken kan gebruiken. Daar ga ik met mijn goed fatsoen. Maar de kachel en schoorsteen kunnen er weer een jaar tegen. Of ik nou veel of weinig stook.

En bij jullie, gaat daar ook de kachel aan? Of maken jullie het op een andere manier ‘gezellig’ in huis?

Er was eens … (130 jaar geleden)

We noemen haar Elisabeth, Betje de Kleijn

27 oktober 1887 wordt in Dordrecht een meisje geboren, Elisabeth, dochter van Marjanneke en Joost de Kleijn-Klaassen. Zusje van Kee, Tinus en Dorus. Kind van een Oost-Brabants gezin dat in 1884 vanuit Schaijk naar Dordrecht verhuist. Op dat moment, eind 19e eeuw, is in Nederland de Industriële Revolutie op volle gang. Veel mensen vertrekken van het platteland naar de grote steden, om de armoede te ontvluchten, op zoek naar werk. Zo ook zij.

Wat is er nu zo bijzonder aan hen hoor ik jullie vragen. Nou, het zijn mijn overgrootouders. En dat meisje is mijn oma, roepnaam Betje.

Mooie stad Dordrecht

Altijd als de stad Dordrecht vernoemd wordt moet ik aan hen denken. Ik reageer ook altijd heel enthousiast met: ‘Mooie stad hè. Weet je dat mijn oma daar is geboren? Ze heeft er samen met haar ouders in horecabedrijven gewoond en gewerkt, eigenlijk net zoals ik dat nu doe. En, en …’ Tja, dan val ik stil, want meer weet ik niet.

Het zal een jaar geleden zijn dat ik met vriendinnen in een restaurant in Venlo zit. Eén van hen heeft Dordrecht bezocht. En ja, meteen herhaal ik weer datzelfde riedeltje. Op de terugweg naar huis bedenk ik dat dit maar eens moet ophouden, dat ik hier meer over wil weten. Het zijn verdikkeme mijn voorouders, het is mijn eigen geschiedenis. Achter het stuur van de auto besluit ik dan ook dat ik op onderzoek ga en ook dat ik er een boek over ga schrijven. Het is nu een jaar na het uitbrengen van mijn eerste boek en het kriebelt: ik wil weer schrijven, maar niet over rouw. Over mijn overgrootouders, mooi!

Op naar mijn moeder

Mijn moeder, net 91 jaar geworden, is mijn eerste aanspreekpunt. Wat kan zij mij nog vertellen over het leven van haar moeder, oma, opa, tante en ooms in Dordrecht? Ik weet dat zij 35 jaar geleden hier ook eens onderzoek in diverse archieven naar heeft gedaan. Dat relaas staat in één van haar drie boeken over de geschiedenis van onze families. In die tijd vond ik dat niet zo interessant. Maar ja, je wordt ouder en tijden veranderen …

Met pen en papier zit ik bij haar op de bank in de aanslag, laat maar horen mam. Haar boeken hebben we al doorgenomen, maar er staat over die 15 jaar in Dordrecht niet veel in. Ik hoop nu op overleveringsverhalen maar ook dat resultaat valt jammer genoeg tegen. Mijn oma, haar moeder, was erg jong, pas elf jaar, toen ze Dordrecht verliet, haar herinneringen die ze al heeft doorverteld zijn erg summier. Ach, in die tijd liet men het verleden vaak rusten, men keek vooruit. En oma had het erg druk met het runnen van haar grote gezin na het vroege overlijden opa. En buiten dat, ze was ook niet zo’n prater. Mijn moeder is het tiende kind in de lange rij van dertien. Haar oudste zus Marie, nummer één, had hier zeker meer over kunnen vertellen. ‘Maar’ zegt mam dan; ‘daarvoor moeten we naar de hemel’.

Archief in, archief uit

Mijn overgrootouders zijn dus eind 19e eeuw naar Dordrecht vertrokken. ‘Waarom precies, wie waren ze, en hoe verdienden ze daar de kost?’ Steeds meer vragen borrelen in me op. Antwoorden wil ik, en om die te vinden ga ik de hort op. Zo kom ik terecht bij het Regionaal Archief van Dordrecht. Zoeken naar mijn Dordtse roots: op zoek naar Joost de Kleijn en Marjanneke Klaassen, op zoek naar het leven van mijn overgrootouders in, voor toen zeker, het verre Dordrecht.

In die tijd ging je niet zomaar van A naar B. Er waren nog geen auto’s, er reed een enkele trein. Trekschuiten, stoomboten en paard met wagen waren toen de gangbare vervoersmogelijkheden. En je kon natuurlijk ook te voet gaan. De afstanden werden in die tijd ook aangegeven met: zoveel uur gaans. Ofwel, zoveel uur te lopen. Bij mij rijst dan direct de vraag op: hoe hebben zij die honderd kilometer overbrugd?

Hotel – Café – Koken – Recepten

Al zoekend in de archieven kom ik boterhandelaar Albers uit Grave tegen die in 1883 zijn boter/margarinefabriek verplaatst naar Dordrecht. Joost krijgt daar werk, al één jaar eerder voor ze definitief verhuizen. Van daaruit probeert hij de grote overtocht te regelen, een woning te vinden en een school voor zijn kinderen. Het blijkt dat het gezin de Kleijn op diverse adressen in Dordt heeft gewoond. Als eerste kom ik de Sluisweg tegen, en vervolgens het Geldelooze Pad, de Wijnstraat (Het Burgerhotel), de Cornelis de Wittstraat (Café de Ruwaard van Putten) en als laatste de Nieuwstraat. Hoe meer ik door mijn onderzoek te weten kom, hoe meer respect ik voor ze krijg. Een heel nieuw leven opbouwen in een voor hen onbekende stad, zoveel onzekerheid. Ze hadden wel lef! Ik krijg ook gaandeweg steeds meer een band met Marjanneke, mijn overgrootmoeder. Al is het alleen al door alle lekkere recepten!

Het boek komt eraan!

Zo heb ik bijna hun hele tijdlijn kunnen ontrafelen, al hun voetstappen. (En ik denken dat zoiets alleen maar bij beroemde mensen kan.) Ik ga de 15 jaar die mijn overgrootouders en hun kinderen in Dordrecht doorbrachten, met woorden weer tot leven te brengen. Daarvoor ga ik nu hard aan het werk, samen met een schrijfcoach die me ondersteunt en me achter mijn vodden aan gaat zitten. Mijn streven is om volgend jaar april-juni het boek te presenteren. Maar ik moet nog veel research doen. De werktitel voor nu is: ‘Marjanneke, een stoer wijf’ , maar die kan nog wel tig keer veranderen…

Via mijn website (www.hetweckparadijs.nl/blog) en facebookpagina’s (Anneliese Vonk / Het Weckparadijs – De Bourgondische Hoeve / Marjanneke, een stoer wijf) kan je zien hoe het boek zich ontwikkelt.

Gisteren, 27 oktober 2017, was de 130e geboortedag van mijn oma, een goede reden om even bij stil te staan.

Het is goed toeven in vakantiehuis ‘De Paardenstal’

Nieuwe slapers

Helemaal doorweekt van de regen komen de nieuwe slapers, voor mijn vakantiehuis, het terrein op gefietst. Vanuit IJmuiden hadden ze de trein gepakt tot aan Nijmegen om vanaf daar het laatste stuk naar Siebengewald te fietsen. Jammer voor ze, maar juist op het moment dat ze op de fiets stappen, besluit men ‘boven’ alle sluizen open te zetten. Gelukkig deert dat mijn gasten niet, ze zijn wel wat gewend. Na zich in het vakantiehuis te hebben afgedroogd, snel in andere kleding gehesen en de haartjes gekamd, komen zij zich bij mij opwarmen aan een hete bak koffie. Met daarbij natuurlijk een stuk taart. Die komt net uit de oven, deze keer gebakken met vijgen (uit de kas), appels en walnoten (uit de boomgaard). Er blijft geen kruimeltje over.

Service

Toen wij hier 20 jaar geleden neer streken, besloten wij van de toenmalige paardenstal een gastenverblijf te maken. Onze eerste klus bestond uit het verwijderen van de paardenstront. Met krachtige waterstralen trachtten wij plafond, muren en vloer schoon te spuiten, om elkaar daarna weer met een plens water te ontdoen van alle viezigheid. Het was hartje zomer, schitterend weer, en hadden volop plezier. Onder onze handen, met hulp van deskundigen, toverden we de stal om tot een gezellig gastenverblijf.

Het verdere ombouwen naar vakantiehuis was zes jaar geleden de volgende stap. Niet zo’n grote, maar wel een belangrijke, voor mij was het in ieder geval een gouden greep. Wat is het verschil zal je je afvragen. Nou, dat zit hem in het gebruik. Het gastenverblijf moet je zien als een hotelkamer: een goed bed, lekkere douche en ontbijtje met eitjes van eigen kippen.  Voorheen verbleven de gasten er altijd één nacht, in combinatie met een diner in ons restaurant. Het huisje zagen we dan ook als een serviceartikel voor onze gasten die van ver kwamen. Zo hoefden ze ’s avonds laat ná het diner niet meer achter het stuur te kruipen om nog naar huis te rijden. En kon men tijdens het diner genieten van een goed glas wijn waarna men na afloop gelijk het bed in kon duikelen. Ja, toen runden wij nog saampjes, Theo en ik, ons restaurant …

Het vakantiehuis is daarentegen juist bedoeld voor een verblijf van minimaal twee nachten tot één – twee – drie weken, net wat de logées willen. Je moet je er thuis voelen, een potje kunnen koken, relaxen in de woonkamer, voldoende kastruimte in de slaapkamers, fietsstalling onder het afdak, ligbedjes in de tuin, houtkacheltje buiten voor de late uurtjes, en nog veel meer!

Economisch nieuws?!

In 2011 veranderde alles plots. Helaas niet vrijwillig, we hadden hier zo graag in lengte van dagen mee door willen gaan. Lekker koken, gasten verwennen, zalig toch?! Het leven nam echter een nare wending door Theo’s ziekte, met kort daarop zijn overlijden. Voordat ik amper kon bedenken hoe alles verder zou gaan, had ik ‘n dag later al een journalist aan de telefoon. Hij wilde een artikel schrijven over De Bourgondische Hoeve. Reden: het op dat moment sluiten van het restaurant, dat was in zijn ogen namelijk economisch nieuws. Was de reden niet zo tragisch zou ik er bijna trots op kunnen zijn. Doch over het ‘overlijden van Theo’ en de ‘persoon Theo’, dé reden van dit alles, sprak hij niet. Toen ik daar een opmerking over maakte zei hij dat wat hij had vernomen toch klopte? Op een snibbige toon gaf ik hem, in een opwelling, als antwoord dat zowel het gastenverblijf als het winkeltje wel degelijk open bleven. Nadat dit de volgende dag als zakelijk nieuws in de krant werd gepubliceerd, ging ik vol met (boze) adrenaline aan het werk. Met een kleine verbouwing werd het gastenverblijf aangepast voor een langer en comfortabeler verblijf en doopte ik het gastenverblijf om tot Vakantiehuis ‘De Paardenstal’.

Aan het werk

Nadat ik het vakantiehuis vervolgens had aangemeld op diverse sites kwamen al vlot de eerste boekingen binnen. Zoals ik al zei, dat ombouwen was een goede zet. Ook het restaurant dat ik omgeturnd had naar Koffie- & Theeschenkerij ontving de eerste gasten. Ik ging wecken en het winkeltje raakte intussen aardig vol met potjes, zakjes en flesjes gevuld met allerlei combinaties van groenten, kruiden en fruit uit eigen tuin, kas en boomgaard. Om het vakantiehuisje nog duurzamer te maken dan het al was, liet ik er zonnepanelen op plaatsen. Daarna was de uiteindelijke aanmelding bij Natuurhuisje.nl een logische stap. De gasten die door deze site bij mij komen, passen helemaal in het plaatje van rust, natuur, privacy. Precies dat wat ik én de omgeving ze kan bieden.

Natuurhuisje

We gaan weer even terug naar mijn gasten uit IJmuiden. Terwijl ze van de koffie en taart genieten, praten we gezellig bij. Via de telefoon hadden we al met elkaar kennis gemaakt, maar nu in het echie, face to face, is dit natuurlijk veel gezelliger èn directer! Zoals altijd vraag ik, dus ook aan hen, waarom de keuze op Siebengewald als vakantiebestemming is gevallen. Wat gaf hen nu juist het zetje om bij mij te komen logeren?

Nationaal Park De Maasduinen

Het blijken echte natuurmensen te zijn. Thuis genieten ze al volop van Het Nationaal Park Kennemerland. Wonend in IJmuiden schurken ze daar tegenaan en zijn er ook vaak in te vinden. De Maasduinen is voor hen echter nog onbekend terrein en die willen ze graag fietsend gaan verkennen, daarvoor is Siebengewald een goed uitgangspunt. We hebben hier volop fiets- en wandelroutes, met van die perfecte knooppunten, waardoor je nooit kan verdwalen! En zo logerend op de grens willen ze ook even Duitsland in, naar Goch of Kleve. Of het Reichswald, één van de grootste natuurgebieden van de Niederrhein.

De persoonlijke ‘touch’

De doorslag gaf de beoordelingen die ik had gekregen van eerdere logées. Ten eerste de volle 5 ‘Sterren’ c.q. ‘Groene Blaadjes’ (waar ik natuurlijk hartstikke trots op ben).

Maar vooral de geschreven reacties, zoals bijvoorbeeld deze:

“Dit is het boerenleven, bij een prachtige woonboerderij, tussen de kipjes. Op het terrein zitten veel vogels en in de vijver ook wat watervogels, erg leuk. Heerlijk rustig gelegen. De eigenaresse wil graag dat alles naar de zin is, dus mocht je iets speciaals nodig hebben, dan regelt ze dat (top!). De bedden zijn prima, er is een heerlijke bank, de keuken is prima geoutilleerd om een maaltijd te bereiden. Het huisje is basic, maar tegelijkertijd van alle gemakken voorzien. En er stond een heerlijk welkomstpakketje klaar met geweckte soep, jam e.d. uit eigen keuken en verse eitjes. We zijn heerlijk tot rust gekomen! Het huisje is goed te verwarmen, het was erg koud buiten ’s nachts, maar daar hebben we binnen niks van gemerkt”.

Zag ik het nu goed, staat het te koop?

Ja, dat klopt, vakantiehuis, de boerderij, alles, het hele pakket! En zo’n goed lopend vakantiehuis is daarbij mooi meegenomen. En psssst, niet verder vertellen, of eehh, doe dat toch maar wel: Ga je de boerderij als woning kopen, betaalt het huisje in feite jouw hypotheek, schitterend toch? Kijk maar eens op Funda, zie je meteen met alle foto’s op die site, hoe mooi het vakantiehuis er van binnen uit ziet. De link is:  https://www.funda.nl/koop/siebengewald/huis-49028460-pannenweg-4/

Na het welkom met koffie en taart neem ik mijn slapers mee naar het huisje, waar ze een volle week gaan logeren, en geef daar een kleine rondleiding. De kippen staan ons bij de poort van de kippenren al nieuwsgierig op te wachten. Het zijn gewoon charmeurs die van gezelligheid houden en intussen schooien om een stukje brood. Op het eind leg ik de gasten nog uit wat er in het welkomstpakketje zit. Ik laat ze alleen zodat ze zich kunnen gaan settelen en loop weer terug naar de boerderij. De kippen geef ik nog een vette knipoog, morgen krijg ik weer lekkere verse eitjes van ze.

Misschien komen jullie een keertje bij mij logeren? Of denken jullie, daar wil ik ook wonen. Dat kan natuurlijk allemaal, laat maar horen. Een ding is zeker: Het is hier goed toeven op de boerderij en in het vakantiehuis aan de Pannenweg in Siebengewald. Tot ooit.

Lieve groet, Anneliese.

#DeMaasduinen #vakantie #holidays #tekoop #forsale #duurzaam #sustainable

 

Het was een spannende week …

 

EO, Ik mis je – tv

Daar sta ik dan, samen met Hella van der Wijst, op onze steiger, hier in Siebengewald! Of het de gewoonste zaak van de wereld is. Wij, twee Brabantse meisjes, pratend over Theo. En dit alles naar aanleiding van een klein berichtje op Facebook, bijna één jaar geleden, op de pagina Ik mis je waar ik een reactie op had gegeven.

 

Acht weken geleden kreeg ik een mail van Ik mis je-tv. Of ze me telefonisch mochten interviewen. Tuurlijk. Meer dan een uur duurde dat gesprek. Praten over Theo, en over het leven met al zijn strubbelingen, is ‘mooi’, fijn. Iedereen die me kent weet dat ik hier niet over uitgepraat raak.

Het vervolg was een uitnodiging om deel te nemen aan het bewuste tv-programma van de EO. Oeps, dat is toch wat anders dan aan de telefoon praten omdat dat een beetje anoniem aanvoelt, nu werd het in het menens voor een camera. Maar ja, ik had A gezegd, dan is B het logische gevolg.

 

Het is zover

Vanmorgen werd ik met bibbers in mijn lijf wakker. Vandaag gaat het gebeuren flitste het door mijn hoofd. De familie had ik weken daarvoor een keer terloops verteld over de tv-opname, that’s it. Hen nu toch maar even een whatsapp sturen met de vraag of ze willen duimen voor droog weer.

 

Helemaal alleen?

De dag ervoor heb ik nog getracht de steiger schoon te maken, wat me enigszins lukte. Ook heb ik een grote bos zonnebloemen gescoord, Theo’s afscheidsbloemen. Enkele daarvan leg ik op de steiger, Theo’s urn krijgt ook een speciaal plekje. Of alles goed staat weet ik niet, dat merk ik dadelijk wel. Koffie en thee staan klaar, de poetslap heb ik nog snel her en der overheen gehaald. Pfff, volgens mij heb ik alles op mijn lijstje van ‘voorbereidingen’ kunnen afvinken.

En dan overvalt me ineens het gevoel van ‘er alleen voor staan’. Dat gebeurt me wel eens vaker maar dan duw ik het altijd zo snel mogelijk weg, doorgaan! Nu krijgt het vrij spel. De postbode die langs komt stelt me met een praatje en een grote glimlach gerust. Van de familie krijg ik op mijn telefoon een duimpje terug, en de opmerking dat tranen ook mogen. Grappig hoe zij mijn woorden weten om te zetten, ik heb het over het weer en zij over tranen.

 

In the picture

En dan sta je daar, ben jezelf het middelpunt van deze middag, gaat het over míjn verlies, over Theo. Dat gebeurt niet zo vaak. Door mijn boek kan ik daar soms zijdelings, gelukkig, over praten. De lezers sturen mij reacties via de mail, of ze bellen, of ze brengen een bezoekje aan huis. Dan gaat het uiteraard over het verlies van hun partner, hun verdriet, en over onze overeenkomsten. Herkenning en erkenning. Vaak speel ik dan de rol van therapeut, ik ben het tenslotte niet, maar zo voelt het wel. En dat is goed. Fijn dat ik ze op mijn manier kan helpen in hun moeilijke momenten, ik had en heb ze tenslotte ook. Die gesprekken doen ook mij goed, ik kan mijn herinneringen aan Theo met hen delen. Zo snijdt het mes aan twee kanten.

 

Spannend

De geluidsman speldt een piepklein microfoontje op mijn kraag en gespt de ontvanger aan mijn broek. Hella veegt een streepje oogschaduw weg bij mijn linkeroog, tja make-up, daar ben ik niet zo’n held in. De cameraman maakt een close-up van Theo’s mooie urn en bepaalt waar Hella en ik op de steiger moeten gaan staan. De regisseuse neemt nog een paar punten met Hella door, vertelt mij dat zij de regie heeft en dat ik gewoon mezelf moet blijven, rust in het koppie. En dat er als een auto of tractor voorbij komt die teveel herrie maakt, zij haar hand zal opsteken zodat we weten dat we even stoppen met ons gesprek. Iedereen is er klaar voor, goed voorbereid, we kunnen beginnen, Spannend!

 

Een libelle?

We zijn dus in totaal met z’n vijven, doch dat gevoel van ‘er alleen voor staan’ blijft nog even hangen. Even, totdat er een libelle aan komt vliegen, om ons heen gaat cirkelen. Heel sierlijk. Ik glimlach bij het zien van de Blauwe Glazenmaker. Geen vlinder maar een libelle dus, het voelt goed. Op dat moment daalt er een rust over mij heen. Hella ziet dat en vraagt mij of dit ook een van die ‘seintjes’ is. Ja, dit is niet te missen. Vanaf dan blijft de libelle in de buurt, scherend over het water en de waterlelies. Voor mij is Theo hiermee duidelijk aanwezig en ben ik zeer zeker niet alleen. Ik blijf hem met mijn ogen volgen, hij gaat zelfs even op de schoen van Hella zitten. Alsof ie zijn goedkeuring geeft.

 

Die lieve Tom

Het interview begint en ik vergeet al snel de camera. De regisseuse zwaait een enkele keer zodat we weten dat we vanwege een storend geluid even moeten stoppen, of ze steekt haar duim op om te laten weten dat het goed gaat. Er worden dierbare herinneringen opgehaald. Bijvoorbeeld die van de laatste rit naar het crematorium, alleen wij tweetjes, samen met de chauffeur Tom, die ik in het boek ‘onze zoon’ noem. Heftig, mooi, oeps wat zeg ik nu, lachen, natte ogen, dierbaar: het komt allemaal voorbij.

En dan zijn we klaar. Twee uurtjes later kom ik stram van de steiger af. Dadelijk maar een hete douche pakken om de spieren, die door het lange stilstaan op één plek, verkrampt zijn, los te krijgen. Dan worden nog een paar laatste foto’s gemaakt en weg zijn ze, richting Hilversum. Voor hen was het een lange dag, eerst opnames in Boxmeer, daarna bij mij, daar gaan stiekem heel wat uurtjes inzitten.

 

Toeval bestaat niet

Bijkomend van deze indrukwekkende dag zie ik ’s avonds op Facebook een bericht over Ik mis je met foto’s voorbij komen. Het kwam uit Boxmeer, van de persoon waar ze ’s morgens gefilmd hadden. Kort daarna hoor ik een ‘ping’ op mijn telefoon, een Messenger-bericht. Na het lezen hiervan realiseer ik me weer hoe klein de wereld kan zijn en dat toeval niet bestaat.

Terwijl ik ’s middags op de steiger vertelde over Tom, hebben ze ’s morgens zijn collega geïnterviewd. Kort daarna hangen we al aan de telefoon om te praten over deze speciale dag. We vallen van de ene herkenning in de andere, we blijken vele raakvlakken te hebben. Natuurlijk wil ik weten hoe het met Tom gaat. Al gauw klinkt het aan beide kanten van de lijn: ‘Echt waar? En ken je die ook? Maasziekenhuis? Is ie al papa? Chirurg? Een eigen bedrijf? Heftig! Wat moeilijk! We raken niet uitgepraat, volgende week maken we ons gesprek met een grote pot thee, en een doos tissues, af. Ik kijk er naar uit.

 

Ik voel me rijk

Terwijl ik ’s avonds in bed terug denk aan deze enerverende dag voel ik me een rijk mens. Ik heb nieuwe lieve mensen leren kennen, de crew van Ik mis je: Hella, Marlien, Ivo en Emanuel. Ongemerkt hebben ze een plekje in mijn hart verovert. Mijn verhaal weer mogen vertellen, gewoon hier op de Hoeve, op Theo’s lievelingsplekje, de steiger, omringd door de koi karpers en de waterkipjes. Het is ook de plek waar ik ieder jaar,  op Theo’s sterfdag, een beetje as van hem uitstrooi. Zo blijft hij verbonden met de natuur waar hij graag tot rust kwam.

Maar de echte hoofdrol van vandaag was voor mij, buiten kijf, de libelle!

 

Mijn Haat-Liefde-verhouding met de fysiotherapeut

Zuchtend en kreunend laat ik me thuis langzaam op een stoel zakken. Dat was heftig. Ik staar naar de grote pot dampende thee, die recht voor mijn neus staat. Die heb ik nu wel verdiend.

 

De Pijnbank

Terwijl ik geniet van de hete thee, voel ik mijn rug protesteren. Het dringt nu pas goed tot me door wat ze bedoelen met ‘de pijnbank’. Voorlopig kan mijn rug niks hebben, die is helemaal beurs, de rugleuning is al te veel. Maar laat ik bij het begin beginnen …

 

Geheel vrijwillig meldde ik me die morgen om 10 uur op de praktijk. Na één blik op mijn rug was het de fysiotherapeut al snel duidelijk dat het daar flink vast zat. Uit ervaring wist ik dat het komende half uur héél erg pijnlijk zou worden en bereidde ik me daar alvast geestelijk op voor. Maar ik wist ook, al klinkt dat tegenstrijdig, dat ik na afloop héél blij zou zijn. Dat ik het zelfs een soort fijn zou vinden, ik noem het mijn sadistisch trekje. Om een goed resultaat te boeken moet de therapeut wel door die pijngrens heen masseren. Ik probeerde me te ontspannen: inademen door mijn neus en uitademen, met kleine pufjes, door mijn mond. Afgewisseld met een paar flinke ‘oefs’, ‘aahs’, gvd’s, ‘zóóó’s’ en nog meer oerklanken. De therapeut, lees hier ‘de beul’, was daar niet van onder de indruk en maakte zijn werk grondig af.

 

Fibromyalgie

De bezoekjes bij de fysio zijn voor mij belangrijk. Mijn hele lijf, spieren + gewrichten + bindweefsel gezamenlijk, zit namelijk heel snel vast. De boosdoener hiervan is de fybromyalgie, ook wel weke delen-reuma genoemd. Om alles soepel te houden heb ik o.a. één uur per week fysio-fitness, dit onder begeleiding van een fysiotherapeut. Het programma dat ik daar volg heet ‘Upgrading Activity’, met als doel mijn krachten op peil te houden. Hier is, samen met een goed dagritme waarin ik de nodige rustmomenten moet nemen, goed mee te dealen. Maar ja, met een eigen bedrijf zoals de mijne is het vaak meer hollen dan stilstaan. De opdrachten, reserveringen en verkoop producten bepalen tenslotte hoe vol mijn dagen eruit zien. En loop ik toch te hard van stapel? Dan protesteert mijn lijf en trapt het op de rem. Na zo’n 30 jaar fibromyalgie is dat voor mij allemaal niet meer raar.

 

De Beul en zijn Patiënt

Als eerste werden de rugwervels aangepakt. Vriendelijk doch rechtvaardig. De fysiotherapeut  legde uit wat hij zag, wat hij voelde en wat hij zou gaan doen. Hij houdt duidelijk van zijn beroep, hij is deskundig en vindt het belangrijk dat de patiënt snapt wat hij doet. Ik hoorde aan zijn stem hoe gepassioneerd hij daarin is.

Na twee hoorbare knakken slaakten wij beiden een diepe zucht. De fysiotherapeut omdat hij onder zijn handen de trillingen en de spanning voelde wegvloeien. Ik omdat we hiermee onderdeel één konden afvinken. Nog twee te gaan waarvan eerst de spieren. Dat vergde weer een andere techniek, nóg steviger en nóg robuuster. Er werd hard gewerkt, even geen uitleg erbij. Om die stilte te verbreken probeerde ik toch een gesprek op gang te brengen, een over koetjes en kalfjes met wat grapjes. Tussendoor flink happend naar adem. Yes, done, ook die hadden de ‘attack’ overleefd!

Nu was het bindweefsel aan de beurt. Drie dingen zijn op dat moment belangrijk: me vermannen en me geestelijk schrap zetten. En ten derde: ontspannen die hap. Nu ging het echte werk gebeuren, dit was het moment dat ik mijn fysiotherapeut ging haten. Wat een beul! Praten lukte me niet meer, ik slaakte alleen nog maar zeer gênante oeh en aah geluiden. In mijn hoofd begon ik te tellen, tot honderd, tot tweehonderd, als afleiding van de ‘naar adem happende duwende krachtige knepen’ in mijn rug. Het was dat ie me niet door de behandeltafel heen kon duwen anders was ik zo op de grond gedonderd. Het liefst had ik nu hard willen roepen; “Ik haat je! Beul!” Je moet weten dat één van de symptomen van fibromyalgie de ‘tender points’ zijn. Dat zijn pijnlijke drukpunten die bij mij over mijn hele lijf zitten. Zo’n behandeling als nu beschreven is voor mij daardoor minstens tien keer pijnlijker dan normaal en dreunt ook veel langer na.

 

Blij

Maar in plaats daarvan gleed ik, nadat hij klaar was, langzaam en kreunend, met een grote glimlach op mijn gezicht, van de bank af. Die glimlach was er natuurlijk van blijdschap omdat de behandeling voorbij was. Maar ook omdat ik mijn rug weer soepel kon bewegen. Dat losmaken is zo belangrijk. Toen hij een nieuwe datum prikte voor een vervolgafspraak zei ik dan ook uit de grond van mijn hart, maar nog  wel met een bibberende stem: GRAAG!

Dat is nu een paar dagen geleden, over een week mag ik weer. Ondanks dat ik weet dat het weer pijn gaat doen, kijk ik er ontzettend naar uit!

 

Wat is fibromyalgie, wat doet het met mij?

Ik heb het al een keer vernoemd: fibromyalgie. Graag wil ik hier ietsje meer over vertellen want voor veel mensen is dit een onbekende term. Slechts twee procent van de volwassenen (meestal vrouwen) krijgen hiermee te maken. Voor de huisarts is het vaak een flinke zoektocht voordat hij/zij deze diagnose kan stellen. Bij mij heeft het ook jaren gekost voordat ik wist dat ik dat had. Maar zoals bij alle ziektes heb je ook hierin allerlei gradaties. De een is er slechter aan toe dan de ander. Ik fiets er aardig doorheen. Ik denk dat ik dat mede te danken heb aan mijn positieve energie. Aan doemdenken heb ik een hekel. Voor mij is het glas altijd half vol (bijvoorbeeld met een lekkere Sauvignon Blanc haha). Ik kan er mee dealen, er zit tenslotte niks anders op. Het enige gevaar voor mij is wel dat ik elk pijntje snel afschuif op de fibromyalgie, het zit tenslotte door mijn hele lijf heen.

Op deze link http://www.fibromyalgie.nl/ kan je heel veel informatie vinden. Misschien gaat er bij jou na het lezen van deze info een lampje branden? En denk je: verhip, dat past helemaal bij mijn klachten. Zou ik dit ook hebben? Of hij/zij?

 

Als je hier vragen over hebt, maak dan eens een afspraak met je huisarts of praat eens met een fysiotherapeut en kijk wat hij/zij voor je kan betekenen. Je mag hieronder ook een reactie achter laten.

 

Intussen pruttelt mijn rug nog na van de laatste behandeling, kan ik nog niet lekker in een stoel achterover leunen, of me omdraaien in bed. Nog even geduld hebben. Op het moment dat de fysiotherapeut zei dat het beurse gevoel na drie dagen over zou zijn wist ik al dat ik daar gewoon een paar dagen bij op moest tellen. Ik weet het, ik leef er mee en ik deal ermee. That’s life …

Deze blog mag gedeeld worden!

 

#fibromyalgie #gezond #healthy #fysiotherapeut #physiotherapist #blij #happy #haat #angry #glashalfvol #positive