Het gaat goed!

 

Te laat

De klok geeft vijf over half tien aan als ik de fysio-fitnessruimte binnenloop. Te laat, maar ja, dat zijn ze van me gewend.
“Goedemorgen allemaal” roep ik, waarna vanuit alle hoeken een goedemorgen terug klinkt.
Ik loop naar Toni, mijn fysiotherapeut.
“Ha Anneliese, hoe gaat ie? Het weekend goed doorgekomen? Nog last van nek, schouder en bovenarm?”
“Het is niet te geloven, maar het gaat zoveel beter!”
“Wauw, dat hoor ik graag. Dat had je zelf drie weken geleden niet kunnen geloven.”
“Ja, het lijkt wel of je gouden handjes hebt, haha.”
“Is het nu helemaal oké of…?”

PHPD

“Nee, maar zoals ik me nu voel kan ik de hele wereld weer aan. Je weet, bij mij is er altijd wel een pijntje, ofwel een PHPD.”
“Een wat?”
“PHPD bedoel je?”
“Ja, wat is dat?”
“PHPD betekent ‘Pijntje Hier Pijntje Daar’. Als je ouder wordt ontkom je daar niet aan, dat zie je wel aan jouw patiënten, toch?! Kijk, jij bent nog jong, jij komt pas net kijken.”
“Dat denk jij. Maar van dat ‘pijntje hier pijntje daar’ heb ik nog nooit gehoord.”
“Deze uitdrukking hebben we bij mijn schoonfamilie ingevoerd. Als we bij elkaar op bezoek gingen en naar elkaars gezondheid vroegen had ieder wel een mankementje te melden. Niet iets groots, maar voor ieder wel een ongemak. Sindsdien zeggen we bij het begroeten en vragen naar ons wel en wee ‘Ach PHPD’ en weten we dat er wat hapert maar niks ernstigs is.”
“Die moet ik onthouden, mooie uitdrukking. Maar om even op jou terug te komen. Deze week denk je geen extra behandeling nodig te hebben?”
“Ik wil het gewoon even aanzien.” 

Oud wijf

“Oké, maar je kan me altijd bellen als het wel nodig blijkt te zijn hè!”
“Dank je, ik zal er aan denken. Maar nu ga ik aan de slag, ik zal jou eens laten zien hoe soepel dit oude wijf vandaag is.”
“Doe dat maar eens. Trouwens, die blog van jou met de titel ‘Mijn Haat-Liefde-verhouding met de fysiotherapeut’ heb ik uitgeprint. Die laat ik aan fybromyalgiepatiënten lezen vóórdat ik ze ga behandelen.”
“Is dat wel wijs? Je maakt ze dan hartstikke bang. Kan je dat niet beter daarna doen? Dan snappen ze tenminste waarom ze zo gemarteld worden.”
“Martelen?”
“Je snapt wel wat ik bedoel. Ik vind dat losmaken van het verharde bindweefsel geen pretje!”
“Maar nu gaat het dus beter? Gaat daar je volgende blog over?”
“Dat weet ik nog niet. Het weekend was zo beladen voor mij dat ik daar nog niet over nagedacht heb.”

Schrijf je daar ook een blog over?

Terwijl ik me even later uitsloof op fiets en loopband klinken Toni’s woorden na in mijn hoofd. Hij heeft wel een punt. Een blog gaat bij mij meestal over iets indrukwekkends, liefs, verrassend of vrolijks wat ik de afgelopen week heb meegemaakt. Maar schrijven over een pijntje dat er niet meer is doe ik niet omdat in mijn ogen saai is en daar niemand op zit te wachten. Het is echter wel zijn beroep, mensen helpen.

Hij heeft het wel geflikt dat ik mijn linkerarm weer kan gebruiken. Dat mijn nek niet meer zeer doet. En dat ik niet als een zombie in bed hoef te liggen, bang voor de pijn als ik me zou omdraaien.

Voor jullie

Dus Toni, deze blog is voor jou en alle andere fysiotherapeuten. Omdat we blij zijn met jullie. Omdat ik niet de enige ben die na afloop van een behandeling met een big smile kan zeggen ‘Het gaat goed met me’.

Lieve groet,
Anneliese.

 

Blokkade

Schrijf!
Ik staar naar een leeg vel papier. Met de pen in de aanslag. De bedoeling is dat ik een eerste aanzet maak voor een blog, een levensverhaal zoals ik ze het liefst noem. Maar ik blokkeer.
Vanmorgen zat ik nog vol ideeën. Schrijven over de brutale spreeuw? Of over de kornoelje? Of over de grote stap naar een verzorgingshuis?

Waarom?
Nee, die gaan het niet worden, helaas, ze moeten voorlopig de ijskast in. De reden is dat ik op dit moment daarvoor geen woorden kan vinden. Mijn hoofd is gevuld met alleen maar die ene prangende vraag: ‘Hoe is dit toch mogelijk?!’ En dat blijft zich herhalen, keer op keer.

Afscheid
Naast dat lege vel papier ligt namelijk een rouwkaart. De dochter van onze vriend is ‘zomaar weggegleden uit het leven’. Afschuwelijk, een afscheid zonder woorden. ‘Even zitten, even uitrusten van een drukke dag, even de ogen sluiten’. Ogen die daarna niet meer open gingen. Niet te bevatten. Ik besluit mijn gevoelens, mijn onmacht, op dat lege vel papier te zetten. Even van me afschrijven, om mijn koppie leeg te maken. Zoals ik dat gewend was/ben…

Alles gaat door
Ondanks dit rotbericht draait alles om me heen ‘gewoon’ door. Raar. Ik blijf hangen, er komt niets uit mijn handen. Ik roep mezelf tot de orde en maan mezelf tot actie. Wat zal ik als eerste gaan doen, wat is praktisch? Wat moet ik voor morgen allemaal regelen? Ik zie dat mijn auto erg vuil is, vol met pekel. Eerst maar naar de autowasserette om de winter er af te wassen. Dan benzine tanken, ik wil een volle tank want het is ver weg, 160 km, dik twee uur rijden.

Agenda
Ik besluit me daarna op iets anders te richten en pak mijn agenda op. Er staat me een drukke week te wachten. Tijd om een planning te maken, mijn to-do-list. Voor het diner van het grote gezelschap alvast boodschappenlijstjes maken. Maar mijn gedachten dwalen telkens af. Ik kijk weer naar de kaart en schiet vol. Verdikkeme. Ze was het zonnetje in huis, ze stond zo vol in het leven.

Blog
De blog? Ik voel boosheid in me opkomen. Schijt aan de blog, die schrijf ik wel een andere keer. Dan gaat ie wellicht over de spreeuw die op een verkeerde plek haar nest wil maken. Of misschien wel over de gele bloemknopjes van de kornoelje die de lente aankondigen. Of?

Weet je wat, jullie moeten het deze keer maar doen met mijn ‘schrijf het van me af’-verhaal. Mijn wirwar aan gedachten, over verdriet en verlies, over het nu.
Is het überhaupt wel een blog? Zeggen jullie het maar, want ik weet het even niet meer…

Lieve groet, Anneliese.

De laatste winter-stuiptrekkingen?

Koud hè?!
Wauw jongens, wat was het afgelopen week extreem koud hè! Althans dat werd ons continue ingepeperd. Buiten op de thermometer was het hooguit 7 graden onder 0. Valt in mijn ogen tijdens een winter best mee, we zijn toch geen watjes? Echter, de wind veroorzaakte een nieuw fenomeen: de gevoelstemperatuur. Op het laatst had iedereen het alleen nog maar dáár over. Begrijpelijk, -17 is ook geen pretje. Door al die heisa keek ik, net als heel Nederland, wel elk uur een keer of tien op mijn telefoon om te zien hoe koud het was. ACTUEEL, -4, met daarachter tussen haakjes het woord: RealFeel© gevolgd door of -10, of -12, of -9, zelfs door-17.

Sexy of noodzaak?
Zoals altijd is mijn eerste taak ’s morgens het verzorgen van kippen en duiven. Voerbakken vullen met legkorrel en gemengd graan, eitjes uithalen en de grote emaille pan vullen met vers water. Het laatste moest ik deze week door de vorst een paar keer per dag herhalen. Want het leek wel alsof, zodra ik het kippenhok uitliep, het water achter mijn kont om meteen bevroor. Om mezelf te beschermen tegen de vrieskou hees ik mij bij het aankleden in grijs, saai, totaal niet sexy thermo ondergoed. By the way, als je effe wil lachen, kijk dan eens hoe hoog je die broek kan optrekken. Nooit gedaan? Best komisch hoor. Maar alle gekheid op een stokkie, het ging er natuurlijk om dat die gure wind niet door mijn normale pantalon heen kon jagen. Zoals ik al zei: Koud hè!

Lekker bij de houtkachel
Verder bleef ik de rest van de dag het liefst (wat hou ik toch van die houtkachel) binnen, bij mijn warme Jøtel. Het gezin dat afgelopen week in mijn vakantiehuis De Paardenstal logeerde, hadden ook niks te klagen, ook daar was het heel behaaglijk. Maar de kinderen wilden meer actie. Zo lagen hun schaatsen achterin de auto smachtend te wachten op een ijsbaan, ze hadden ze niet voor niets meegenomen! Elke dag kwamen de kinderen de dikte van het ijs op mijn vijver controleren. Om die tijd op te vullen bezochten ze met hun ouders de Indoorspeeltuin (Ballorig) in Bergen, zwembad (GochNess)in Goch, de bioscoop (Luxor) in Venray en Natuurpark De Maasduinen (Bosbrasserie in de Sluis) in Well.

Yes, schaatsen!
Donderdag werd hun geduld beloond, eindelijk was het zover. Nadat de ouders het ijs eerst proefondervindelijk beoordeeld hadden, werd het sein op ‘groen’ gezet. Vanaf dat moment waren de koters niet meer van het ijs af te slaan. Eerst nog dik ingepakt, met muts en wanten, maar nadat ze zich warm hadden gereden, verdwenen die al snel. Het was een grandioos gezicht. En wat een superbeleving voor mijn logeés, een privé-ijsbaan, helemaal voor hen alleen.

Genieten van…
En ik? Ik heb alles mooi van een afstand bekeken, ik ben op het ijs niet zo’n held, niet met schaatsen opgegroeid. Maar volop genoten van het plezier dat de jongeren uitstraalden. Het bewijs, de foto’s en filmpjes, is voor mij genoeg.

Lente, waar ben je???
Het liefst berg ik dat thermo ondergoed weer snel op, stop ik het achterin een kast om het pas volgend jaar weer voor de dag te halen, laat de winter maar ophoepelen. Alleen ‘maart roert zijn staart’ kan nog roet in het eten gooien, misschien zelfs ‘april doet wat ie wil’…
Maar we gaan niet doemdenken. Kou of geen kou. Ik zeg: “Op naar het voorjaar!”

Lieve groet, Anneliese

‘Geniet van het Leven’

Nostalgie
Terwijl ik deze blog schrijf luister ik naar de top 200 van de jaren 60 op Radio NPO5, nostalgie ten top! De muziek past perfect bij mijn stemming.

Afscheid
Vanmorgen, vrijdag 23 februari, reed ik met gemengde gevoelens van huis weg. Zo was ik in gedachten bij mijn tante Annie, 89 jaar oud, naar wie ik toe ging. Om afscheid van haar te nemen, in het crematorium van Rosmalen. Ik voelde me een beetje melancholiek, een beetje verdrietig, weer een stukje familie afgeven. Het voelde alsof ik een plekje op de familieladder omhoog schoof.
Maar daar ik wist dat ik vandaag vele neven en nichten zou treffen had ik ook dat gevoel van een reünie. In de ontvangsthal begon het met rondkijken wie er allemaal waren. Elkaar ‘gepast’ gedag zeggen.

Vier het leven
Nadat we allen in de aula plaats hadden genomen, startte de viering. Dat woord vond ik vandaag helemaal kloppen. Tante Annie vierde het leven namelijk zelf ook. Tot een jaar terug was ze nog heel actief, stapte ze in haar auto op pad naar familie en vrienden, was ze van niemand afhankelijk. Ze wilde er voor hen zijn, vooral voor haar kinderen en kleinkinderen. Legde bezoekjes af bij familieleden die zelf niet meer goed ter been waren, zoals bij mijn moeder. Dit en nog veel meer werd zowel verwoord met mooie verhalen als getoond met foto’s van baby tot nu.

Ome Harry
Haar man was de broer van mijn vader. Als die twee samen ergens zaten, of met hun broers en zussen erbij, was het altijd feest, allen stuk voor stuk boeffies. Op de foto’s kwam natuurlijk ome Harry, heel sterk lijkend op ons pap, vaak voorbij. Die foto’s bezorgden mij elke keer een kleine schok, een van herinnering, van feest, van verdriet, van het missen, van berusting.
Die foto’s toonden een rijkdom aan vrienden en familie. Iets wat niet in geld is uit te drukken. Van mij mocht die fotoparade doorgaan, en doorgaan, en doorgaan…

Familieband
Later zaten we met z’n allen aan lange tafels voorzien van koffie, thee en belegde broodjes. Automatisch kropen de familieleden bij elkaar. Velen had ik lange tijd niet meer gezien. En terwijl we lekker bij kletsten, zag en hoorde ik de vele overeenkomsten met onze vaders, moeders, ooms en tantes. Dat gaf een extra gevoel van saamhorigheid.

Proost
En nu ik hier thuis achter mijn laptop zit, luisterend naar o.a. Gerry & the Pacemakers met ‘You’ll never walk alone’, en deze blog typ, pak ik nogmaals het gedachteniskaartje van Tante Annie op en zie ik een stralend mens met een glas rode wijn in haar hand. Op dat moment moet ik denken aan een lied dat hier helemaal bij aansluit. Het is een oud nummer, het staat zéér zeker niet in de top 200 die ik nu beluister, en het heet ‘Geneet van ’t laeve’. Ja, het is een Limburgs lied, maar door iedereen te begrijpen. ‘Zo lang als je kan, maak spaß en plezier, je leeft toch maar eens, want straks als het te laat is, dan heb je er spijt van…’
Terwijl ik meedein op deze melancholieke deun kan ik nog maar een ding zeggen: “Vanavond proost ik op jou tante Annie, op het leven en op de mooie herinneringen.”

En voor jullie, ik weet het, het is een beetje oubollig, maar het past helemaal in dit plaatje, van Sjef Diederen: Geneet van ’t Laeve

Lieve groet,
Anneliese

Dat de beste mag winnen!

Stormvogels ’28 – DAW
Zondag 18 februari voetballen Stormvogels ‘28 thuis, op hun sportpark ’t Eindpunt, tegen DAW. Stormvogels ‘28 is de voetbalclub van Siebengewald, waar ik nu alweer 20 jaar woon en DAW komt uit Schaijk, mijn geboortedorp. Al mag ik het zo niet noemen, voor mij voelt die wedstrijd aan als een ‘Derby’.

Voetbalveld
In Schaijk woonde ik in de Bossestraat, recht tegenover het voetbalveld van DAW. Geloof me, de mooiste speelplek die je je als kind kan bedenken. Mij kon je samen met de buurtkinderen dan ook altijd op of om het voetbalveld vinden. Dat voetbalveld had natuurlijk ook aantrekkingskracht op mij omdat mijn beide broers daar voetbalden, veel gesprekken thuis gingen over voetbal. DAW zat in ons bloed.

Lies en Wim Spanjers
Teruggaand in mijn herinneringen was er in het begin nog geen kantine en dronken de voetballers hun thee tijdens de rust, bij onze buren Wim en Lies Spanjers. Zo zag ik elke zondagmiddag een stoet voetballers van de eerste elftallen de weg oversteken. In gedachten hoor ik zelfs weer het geluid van die noppen, van hun voetbalschoenen, op straat.

Het ging er soms hard op
Langs de lijn ging het er vaak hard op. “Naar vóóóóren!” “Scheids, dat was hands!” “Niet te geloven!” “Jáááááá’, goaaaaaal.” En of al die gvd’s nou wel zo opvoedkundig correct waren voor kinderoren, ik betwijfel het, ze maakten in ieder geval diepe indruk op mij. En ik heb er niks aan overgehouden haha.

Ook op het veld kon het er hard aan toe gaan. Regelmatig kwam er een ambulance voorrijden. Dan was er een voetballer óf verkeerd terecht gekomen óf te hard aangepakt door een tegenstander. Met als resultaat: een of andere breuk, of een hersenschudding na een flinke botsing.

Jullie snappen het wel, er was altijd reuring bij ons aan de overkant. Je kon me daar dan ook elke zondag, na de kerk en het warme middageten, vinden.

Plakboeken vol
De prestaties van mijn voetballende broers, en later ook mijn zwager, hielden we thuis elke week secuur bij. Plakboeken vol met krantenknipsels, ik zie ze weer voor me, bijgehouden door mijn moeder, trots op haar jongens.

Zelfs IK zat op voetbal
Nu ik er over nadenk. Ik heb zelf nog een blauwe maandag gevoetbald en wel bij de dames van Achilles (Reek). Slechts een paar maanden, in de periode dat ik op het Gemeentehuis van Schaijk werkte, met werktijden van 9 tot 5 en in het weekend vrij. Toen Theo en ik even later ons eerste restaurant opende was dat weer voorbij. Dat zat even diep weggestopt! Bij Achilles voetbalde mijn schoonzus Joke heel verdienstelijk, denk dat zij mij heeft overgehaald om in Reek mee te gaan voetballen. En dat was hartstikke leuk. Best raar dat ik in Reek ging voetballen terwijl juist mijn broer Henk zich in Schaijk volop inzette om daar het damesvoetbal op de kaart te zetten.
Zie deze link: Artikel Arena: Henk van der Zanden

Het DNA van DAW
Die periode ligt alweer lang achter ons, intussen zijn we heel wat jaartjes ouder. Toch blijft DAW onze gemoederen bezig houden. Onze generatie, maar ook de jongere, zoals de zonen van mijn broers, als voetballer en/of als sportbegeleider.

Of als fysiotherapeut. Zo verzorgt mijn broer Henk op dit moment de mannen van DAW 1 en 2. Of ze nu uit of thuis voetballen, elke zondagmiddag staat hij naast het veld met spons en spray paraat, om ‘zijn’ voetballers bij te staan tijdens hun wedstrijd. En het mooie is, ook het thuisfront doet nog mee. Zo hoor ik steevast elke zondagavond of maandagmorgen van mijn 91-jarige (!) moeder wat DAW gedaan heeft, hoe hoog ze staan en of ze dit jaar gaan promoveren of degraderen.

Langs de lijn
Nu wil het dus dat DAW in dezelfde competitie zit met Stormvogels ‘28 waardoor ze ook op bezoek moeten in Siebengewald. Uiteraard probeer ik daar altijd bij te zijn om dan langs de lijn DAW aan te moedigen. Elke keer heb ik weer schik  bij het zien van die verbaasde blikken van Siebengewaldse toeschouwers, mijn dorpsgenoten. Ik ga dan meestal dicht bij de Dug-Out staan, met gepaste trots dicht bij mijn grote broer. Op dat moment daalt een beetje dat gevoel van vroeger over mij heen, dat van toen in de Bossestraat, in Schaijk, tegenover ons ouderlijk huis.

Hup DAW                                                                           Hup Stormvogels ‘28
Vandaag, zondag 18 februari, ga ik weer kijken. Mijn broer gedag zeggen, DAW aanmoedigen. Ze zullen er alles aan doen om waar DAW voor staat waar te maken: De Aanhouder Wint. 

Maar: ze zullen het niet makkelijk krijgen hier in Siebengewald, Stormvogels ’28 heeft een heel goed team. 

Kortom, dat wordt vanmiddag genieten van een mooie faire wedstrijd waarbij één ding voorop staat: Dat de beste moge winnen!

Ik wens jullie allen een fijne sportieve dag.

Lieve groet,

Anneliese Vonk-van der Zanden.

 

Ode aan ons pap

Trots
Vandaag had ons pap op zijn geboortedag, in leven en welzijn, 96 kaarsjes uit moeten blazen. In 1999 is hij echter op 77-jarige leeftijd overleden. Veel te vroeg. 9 februari wil ik niet zomaar voorbij laten gaan en wijd ik daarom mijn blog deze keer aan mijn vader, ons pap. Zeg nou eerlijk, wat is er nou mooier dan vertellen over je vader, je herinneringen aan hem ophalen. En dan zeggen dat je trots op hem bent, want ja, dat ben ik.

Nog even d’n hof in
Vroeger, ver vóór mijn tijd, werkte hij samen met zijn vader, mijn opa. Zomers de daken van de boerderijen op om die te rietdekken en ’s winters bij diezelfde boeren de varkens slachten.

Ik herinner ons pap als een harde werker. Als hij op zijn Solex eind van de middag, afgewerkt bij bouwbedrijf ‘Van Grunsven’, thuis kwam, verkleedde hij zich snel, om buiten nog te klussen. Ons mam was dan doende met het avondeten. Het liefst zat ie in d’n hof, de grote moestuin, waar hij zich helemaal kon uitleven. Was het eten bijna klaar, liep ons mam naar de achterbouw, om daar staande in de buitendeur, hard te roepen: “Toon, het eten is klaar. Kom je?!” Even later stonden dan zijn klompen buiten op de stoep en waste hij bij de gootsteen zijn gezicht en handen. Terwijl mam het eten op tafel zette ging ieder op zijn eigen plek zitten, met pap aan het hoofd. Dat zijn voor mij mooie momenten, met z’n zessen, samen met pap-mam-zus-broers, aan tafel, grappen maken, lachen, lekker eten.

Ons pap en ik als kleine meid, SAMEN
Als ik terugdenk aan ons pap, aan de tijd dat ik een kleine meid was, zie ik ons samen genieten van de witte bonensoep waarin oren en staarten van varkens zaten. Niemand anders van ons gezin lustte dat, alleen wij tweetjes. Zo ook de kippenmaagjes en het afkluiven van botjes. Heerlijk.

Samen in de moestuin werken waarvan ik altijd een paar meter voor mezelf kreeg. Ik herinner me nog het jaar dat ik sierkalebassen had gekweekt, waar ik heel trots op was. In datzelfde jaar werd in ons hele huis centrale verwarming aangelegd. Mijn kalebasjes verdwenen op dat moment, in een tas, in de kledingkast van mijn ouders. Helaas overleefden zij dit niet. Toen ze na meer dan een maand weer tevoorschijn kwamen was het een grote smurrie. Drama!

Samen op de fiets naar de kerk, eerst als klein kind voor op de stang, en wat later achterop. Mij leerde mij ook fietsen, op het rode doortrapfietsje.

Samen op zijn Solex naar het ziekenhuis in Oss waar ons mam lag. In het donker reden we daarna in de avond terug naar huis. We kwamen net het bos uit, en reden op de Lage Baan, toen er plots een losgebroken pony de weg overstak, waar wij vol op botsten. Samen vlogen we door de lucht en kwamen in de berm terecht. In het licht van een naderende auto zag ik paps bebloede gezicht. Gelukkig kregen we snel hulp en werden we thuis gebracht. De opgetrommelde huisarts verzorgde de wonden van ons pap en zette mijn arm weer terug in de kom.

Allen herinneringen uit de jaren zestig.

Altijd helpen
Uit de jaren 80 en 90 herinner ik me, intussen getrouwd met Theo, vooral een vader die me overal bij wilde helpen. Voor ons eerste restaurant, Le Hibou, een grote kist peultjes, ofwel ‘houwkes’, schoonmaken. Bij ons tweede, ’t Wichlant, meehelpen met de verbouwing. Daar stond buiten een tuinhuisje dat een nieuw dak nodig had, het vak rietdekken was hij niet verleerd! In diezelfde tuin moest een boom om, dat zou ons pap wel regelen, in no time zat hij er boven in, nergens bang voor! En altijd in stofjas mèt stropdas. Daar kon je hem in uittekenen.
Toen ik een grote moestuin bij ons derde en huidige restaurant wilde aanleggen gaf hij mij daarbij veel advies. Zoveel boontjes in één kuiltje, niet te dik zaaien, de grond niet te nat maken, etc. etc.
Allemaal dierbare herinneringen aan ons pap.

Zijn DNA
Maar gelukkig hebben mijn zus, broers en ik allemaal wel iets van ons pap geërfd. De een zijn, soms té, grote bezorgdheid. De ander weer zijn uiterlijk, of het fronsen van de wenkbrauwen. Ik herken zelfs in ons allen ‘het tegensputteren’, iets wat ons pap in zijn latere jaren zo goed kon, maar daarna ook net als hij gewoon doen wat er aan ons gevraagd wordt.

Hij wordt gelukkig nog heel vaak aangehaald. Zeker door ons nu 91 jarige mam. “Ons Toon dit en ons Toon dat… “, machtige verhalen waar wij graag naar luisteren.

Veilig achter op
Als ik aan ons pap denk met een lied is dat voor mij: ‘Veilig achterop bij vader op de fiets’ van Paul van Vliet. Te beluisteren door op deze link te klikken; https://youtu.be/eRfFy_JIYkE

Het was vader, moet je weten…
Met een gedicht denk ik meteen aan deze, getiteld: ‘Ik heb een man gekend’.

Ik heb een man gekend, o wat was hij sterk.
Altijd was hij bezig, altijd aan het werk.

Hij zette zich altijd in, met liefde en plezier.
En wat er ook gebeurde, zijn gezin ging altijd voor.

Ik heb een man gekend, die vol vuur en liefde zat.
En ondanks al zijn zorgen, ons nooit vergat.

Zijn vrouw en kinderen waren zijn leven.
En al stond hij soms alleen, of was het soms wel moeilijk.
Hij sloeg zich er wel doorheen.

Ik heb een man gekend, die klaar stond voor een ander.
Die ook dikwijls zei, wees toch goed voor elkander.

Ik heb een man gekend, die ik nooit zal vergeten.
Hoe dat dan toch wel kan, het was vader moet je weten.

Fijn weekend
Ik wens jullie allen mooie herinneringen, blijf ze vasthouden en delen…
Lieve groet, Anneliese

 

Hoe kleurrijk zijn jouw dagen?

 

Een volle week 

Het was weer een week vol met verrassingen: ontmoetingen, inzichten, ‘nieuwe’ familie, openbaringen, herinneringen… De week waarin onze 80-jarige oud-koningin Prinses Beatrix en de Watersnoodramp van 65 jaar geleden in de hoofdrol zouden staan. Dat deden ze ook, landelijk. Voor mij persoonlijk gaven juist de randgebeurtenissen meer kleur.  

 

Kleurtjes? 

Mijn week begint zoals altijd met fysiofitness, elke maandagochtend werk ik onder begeleiding van de fysiotherapeut een lijst met oefeningen af om mijn krachten op peil te houden (i.v.m. de fybromyalgie). Dat programma heet heel chique ‘Upgraded Activity’. Dat doe ik al heel wat jaren, samen met een club mede-‘sporters’. Door hen ga ik er elke keer met plezier heen. Afgelopen maandag hoorde ik de fysiotherapeut aan iemand vragen in welk kleurtje zij haar nieuwe programma uitgeprint wilde hebben. Ik schoot daarbij in de lach, zoiets vraag je aan een kleuter dacht ik, niet aan een volwassen vrouw van 60 jaar. “Graag paars.” “Dat kan niet, dat heb je al gehad.”  “Roze.” “Ook al gehad.” “Wat kan dan wel?” “Oranje.” “Oké, dan graag oranje.” Tjee, wat is er mis met gewoon zwart-wit? Baldadig vroeg ik of we na elke goed uitgevoerde oefening nu ook een plakplaatje kregen. De fysiotherapeut was echter heel serieus, de kleuren hebben wel degelijk een betekenis. Waarschijnlijk was ik zelf de grootste kleuter op dat moment, maar wel een met veel schik! Toen ik even later naar huis reed vroeg ik me wel af wat kleur eigenlijk met me doet. En zo ja, wat kleurt mijn dag? Of die van anderen? En let ik wel op kleur? Het begon in mijn bovenpan te malen…   

 

Ik wil graag een paar van die ‘kleur’-momenten met jullie delen.

 

Ha mooie zon! 

Dinsdag zat ik al vroeg achter de computer, het was nog donker. Terwijl het buiten langzaamaan licht werd hoorde ik de kippen alsmaar harder tokkelen, vragen om eten. Ik maakte me daarom los van mijn verhaal en liep naar beneden. Nadat ik al mijn plichten had vervuld nam ik weer achter de computer plaats. Op dat moment kwam de zon door, niet zomaar, nee, ze scheen fel op mij. Kijk, zo’n moment kleurt mijn dag! Ik zag niks meer op mijn scherm en had op dat moment het gordijn kunnen dicht trekken. Maar nee, ik gaf de zon alle eer en genoot van dat prachtige en krachtige knalgele licht.

 

Wij zijn familie!
Woensdag kreeg ik ’s morgens om half 11 een gezelschap dames uit Mook van de NVVH, de Nederlandse Vereniging Van Huisvrouwen, in het restaurant. De organisatoren hadden een program gemaakt waarin ze mij een podium gaven om een verhaal te vertellen. Ik mocht zelf bepalen waarover en hoe lang. Met die vrijheid kon ik wel wat. Nadat bij iedereen een tweede kopje koffie was ingeschonken stak ik van wal. Ik vertelde over Theo en mij, onze eerste twee restaurants in Wijchen, de overstap naar Siebengewald, het waarom, het opzetten van table d’hôte & chambre d’hôte, de varkens, de moestuin en kas, Theo, zijn overlijden, het doorgaan, de brieven aan Theo, winkeltje Het Weckparadijs, het Vakantiehuis, etc. etc.

 

Uiteraard vertelde ik ook over mijn boek ‘Was er maar een recept voor rouwen’. Waarna ik vol passie over mijn tweede boek begon, het boek waar ik nu ijverig voor aan het schrijven ben. Mijn zoektocht naar het leven van Joost en Marjanneke, mijn overgrootouders, in Dordrecht. Waar ze samen met hun kinderen Kee, Tinus, Dorus en Betje (mijn oma), woonden van 1884 tot 1898.  Dat ik dit alles verstop in een historische roman met de werktitel ‘Marjanneke de Kleijn, een stoer wijf!’ Ik had goede toehoorders, en na diverse vragen beantwoord te hebben sloten we dat onderdeel af. Tijd voor de lunch. Terwijl ik in de keuken in de pan met soep stond te roeren kwam een van de dames naar me toe. “Hoi, ik ben Corry. Sorry dat ik je stoor, maar volgens mij zijn wij familie”, zei ze. “Je noemde net de naam de Kleijn, zo heet mijn overgrootmoeder ook.” Yes, familie! Zij is een kleinkind van de zus van mijn oma, Tante Kee. Hoe toevallig is dat? Daar stond ik dus, oog in oog met een verre nicht. Raar, maar ik voelde meteen een band met haar. Jullie begrijpen, deze ontmoeting kleurde mijn dag compleet, ondanks de vele langdurige plensbuien. Voor mij scheen de zon!

 

Dankbaar 

De donderdag stond in het teken van snoeien en zagen. Zwager Mari en vriend Piet ontfermden zich, heel fijn, over de bomen die tijdens de storm van een paar weken geleden waren omgewaaid. Vorige week hadden ze al een begin gemaakt. Deze donderdag gingen ze weer fanatiek van start met als resultaat dat het pad om de vijver weer boom- en takvrij is. De stammen liggen nu als hapklare brokken klaar om dadelijk in het bosje op te stapelen. Die krijgen als eindbestemming de Jøtel, mijn grote Noorse houtkachel. Voor de hoge bergen takken komt komende week een houtversnipperaar. De snippers hiervan krijgen hun laatste rustplaats tussen de nog fier rechtopstaande bomen. Voor mij was ook deze dag weer een kleurrijke dag. Alleen hoe? Moeilijk te omschrijven. Heeft ‘Dankbaarheid’ een kleur? Ja? Nou, dan was dat dus de kleur van die dag!

 

Passie
Vrijdag kwamen de slapers aan voor het vakantiehuis. Heerlijke enthousiaste mensen die echt voor de natuur komen. Terwijl ik de koffie voor ze inschonk en koeken erbij aanbood, lag de plattegrond van De Maasduinen voor hen open op tafel. Ze lieten mij zien waar ze de komende dagen gaan wandelen, welke routes ze hadden uitgestippeld. Hun passie gaf mij weer energie, een hele kleurrijke, als een regenboog!

 

En die energie stop ik in de laatste twee dagen van deze week, ik maak er schrijfdagen van. Dagen waarin ik me laat meeslepen in het leven van Marjanneke en Joost. Heerlijk! Want een ding is zeker, dat boek gaat er dit jaar echt komen.  

 

 Lezen jullie mee? 

Om jullie een idee te geven wat ik schrijf, en natuurlijk ook om jullie een beetje nieuwsgierig te maken naar het vervolg, geef ik jullie alvast een kleine inkijk in mijn verhaal.

 

Situatieschets: De grote reis van Schaijk naar Dordrecht heeft drie dagen geduurd. Eerst met paard en wagen naar Nijmegen, vanaf daar met de stoomlocomotief tot aan Gorinchem en het laatste gedeelte met de veerboot. Maar uiteindelijk zetten Marjanneke en haar kinderen Kee (9 jaar), Tinus (6 jaar) en Betje (2 jaar) voet aan wal op Groothoofd in Dordrecht. Joost, de man van Marjanneke, daar al bijna een jaar werkzaam bij de Boterfabriek Albers, wacht hen daar op.

 

Joost ziet ineens zijn vrouw en kinderen en loopt snel op ze af. “Ha Kee, Tinus, hé kleine meid!” Even later vallen Marjanneke en Joost elkaar in de armen. Gelijktijdig klampen zes armpjes zich vast om zijn middel en benen, lachend en huilend tegelijk. Terwijl Joost Betje optilt, slaat zij haar armpjes om zijn nek en legt ze haar wang tegen de zijne. De ogen van Joost zoeken die van Marjanneke, nog nat van de tranen stralen ze volop geluk uit.

 

Samen weten ze dat ze de juiste beslissing hebben genomen. Het gezin is weer compleet, het grote avontuur in Dordrecht kan beginnen!

 

Zo, en nu ga ik verder met schrijven, recepten van toen uitwerken.

 

Nieuwsgierig? 

Willen jullie weten hoe het de familie verder vergaat? Of wanneer mijn boek uitkomt? Hou dan mijn blogs in de gaten. En mijn facebookpagina.

 

Ik wens jullie een fijne kleurrijke dag!
Lieve groet, Anneliese.