Het is afkicken geblazen…

Marjanneke is op de wereld gezet.
Nu ze groot en wijs genoeg is mag ik haar eindelijk loslaten. Natuurlijk blijf ik haar wel begeleiden met haar reis de wijde wereld in. Dat doe ik bijvoorbeeld met lezingen, door te vertellen over haar avontuur en over het boek.
Maar aan haar verhaal kan ik niets meer veranderen. Dat is klaar.
Althans, zo hoort het te zijn.

Ik mag namelijk weer nadenken over een nieuw boek. Een waar ik zelfs stiekem al wat research voor heb gedaan en de eerste woorden voor op papier heb gezet. Terwijl ik daar vrij in ben, voelt het toch alsof ik Marjanneke in de steek laat, alsof ik iets fout doe. Zo van, hoe kan ik daar nou mee bezig zijn terwijl Marjanneke hier gewoon voor me staat.

Maar ik zei het al, het boek is klaar, juist, ik zeg het nog maar eens hardop tegen mezelf: KLAAR!

Dat houdt dus in dat ik vanaf nu over van alles en nog wat mág schrijven. Dat ik daar tijd aan mág en kán besteden. Tijd mag vrijmaken voor een nieuw boek in plaats van me bezighouden met Marjanneke. Geloof me, die overgangsfase voelt alsof ik stiekem vreemdga. Ja, lach er maar om, het voelt alsof ik Marjanneke bedrieg.

Toch kan ik een gevoel van triomfantelijkheid echter ook niet onderdrukken. Van ‘Wauw, de klus is geklaard, ik mag verder’.

Terwijl ik om me heen kijk zie ik allemaal nog sporen van Marjanneke. De achtergelaten aantekeningen, mijn gekleurde schriftjes waarin alle personages rondom Marjanneke tot leven kwamen.
Hoog tijd dat ik ga ruimen, zowel in de schrijfkamer als in mijn hoofd. Om zo ruimte te creëren voor de verhalen van een andere dappere vrouw.

Daarbij gaan direct mijn gedachten terug naar een zomerse zondagmiddag, in een Brabants dorpje, zo’n anderhalf jaar geleden. Ik zat daar in de tuin op een feest van een vriend. Hij vierde het leven dat hij, na een zware operatie, weer terug had gekregen. Samen met vele vrienden genoot ik van dat bijzondere moment. Tussen een wolkbreuk en onweersbui door kwam ik in gesprek met zijn moeder. Genietend van de lekkere hapjes van de barbecue vertelde zij mij ondertussen in een notendop haar levensverhaal. De stroom van woorden overdonderde mij. Ik hing aan haar lippen en dacht ondertussen gelijk aan een nieuw boek. Haar verhaal wilde ik vastleggen.

Maar ik was nog zo druk met Marjanneke. Dit verhaal moest wachten, maar de pijn die ik in haar woorden proefde, heeft mij al die tijd niet verlaten.

Nu liggen er drie cassettebandjes voor me, met verhalen over haar emigratie in 1956 naar Australië. Ik kan bijna niet wachten om me hierin te verdiepen. En ik verheug me nu al op de gesprekken die hierna met haar op het programma staan. En zo snel mogelijk. Haar hoge leeftijd van 90 jaar speelt daarbij natuurlijk ook een grote rol.

Ja, ik geloof dat ik wel kan zeggen dat er een nieuw boek in wording is. Vanaf vandaag ga ik me verdiepen in en schrijven over een hard leven vol idealisme en realisme. En vooral een van doorgaan…
Hoor ik daar een tweede Marjanneke? Nou, een ding is zeker, ik vind haar net zo’n stoer mens!

“Hoi mam, hoe gaat het daarboven?”

Beuningen, 27 november 2019

Hoi mam,

Hoe gaat het daarboven?
Ben je tante Marie al tegengekomen? En heb je antwoorden gekregen of gevonden op al jouw vragen?
Er tenminste van uitgaande dat er een ‘boven’ is…
Ik hoop het voor je, want je keek daar ontzettend naar uit.

Vandaag is het alweer 3 maanden geleden dat ik achter mijn laptop kroop en een brief aan jou ging schrijven. Toen voor de uitvaart.
Eén dag daarvoor zei jouw lichaam dat het genoeg was geweest en piepte je er plotseling tussenuit.
Deze brief schrijf ik puur omdat ik je zo ontzettend mis. Elke keer als dat gevoel mij overvalt, wellen de tranen in mijn ogen op. Net als nu.
Met een troebel zicht op mijn toetsenbord probeer ik die tranen direct weg te knipperen. Ik ben tenslotte een vrouw van 61 jaar oud, hallo zeg, even normaal doen, toch?!
Maar mam, naast een leeftijd ben ik ook jouw dochter, ben ik jouw kind die jou gewoon nog niet kan missen. Moet ik me daarvoor schamen? Nee. Maar onbewust denk ik aan de omgeving, aan wat die wel niet zullen denken!

Nou, gesnotter voorbij, ik wil je van alles vertellen, heel veel. Maar ik weet gewoon niet waar ik moet beginnen. Er is de laatste maanden ook zoveel gebeurd.
Om even dichtbij huis te blijven, afgelopen week lag ik geveld door een echte griep plat. In eerste instantie boven in bed. Maar een paar dagen later kon ik die verruilen met de bank beneden.
Mam, ik moet je zeggen, die bank van jou ligt voortreffelijk! Wat ben ik blij dat ik de jongens alsnog gevraagd heb die oude bank van mij naar de stort te brengen en die van jou ervoor in de plaats hier neer te laten zetten. Heb jij dat van bovenaf soms geregeld haha?
Maar liggend op jouw bank moest ik veel aan jou denken. Hoe jij jouw laatste maanden hierop sleet.
En hoe jij in de tijd dáárvoor daar rechtop zat, met pen en papier in de hand, krabbelend, omdat er een idee in je opkwam. Zó herkenbaar!

Na jouw overlijden nam ik me voor jou regelmatig, zeg om de paar dagen, een brief te schrijven. Een beetje zoiets als wat ik elke avond deed toen Theo overleed. Voor het slapen mijn koppie leeg maken. Maar het blijkt maar weer dat rouw nooit hetzelfde is en dat je het niet kan sturen. Ook ik niet.

Vandaag dus een brief. Eentje met echte woorden. Niet die kreten, halve zinnen, zonder een begin en eind, die warmoes van woorden in mijn hoofd die ik alsmaar geen platform kon geven, toen niet. Nu eindelijk wel, denk ik.

Mam, ik mis op dit moment jouw relativerende woorden, na al die drukte. Dordrecht, Schaijk én Siebengewald. Overal heb ik over jouw Marjanneke mogen vertellen. Het waren speciale momenten. Och mam, wat had jij hiervan genoten. Het was één gróót feest, voor mij, voor ons, voor jou. Samen met Corry en de alle anderen hebben we jou geëerd, met jouw/ons/mijn familie.

En weet je mam, buiten dat alles om wil ik ook nog gewoon even kind zijn, dat zich zoals afgelopen week even zielig voelde. Die door een paar opbeurende woorden van haar oude wijze moedertje weer snel zou opknappen.

Ach, ‘wat is missen van’ toch moeilijk!

Oké mam, dat gehad hebbende, wil ik je nu alles vertellen. Luister, want wat ik allemaal heb meegemaakt. Niet normaal. Ik ben dus naar …

Afscheidsbrief aan mijn moeder

Schaijk, 30 augustus 2019

Hoi Mam,
Hoe vaak heb ik al niet gedacht, ik moet wat op papier zetten voor het geval dat… En afgelopen week was het zover.
Ondanks dat we wisten dat jouw overlijden er aan zat te komen, glipte jij er toch nog plotsklaps tussenuit. Dus ben ik achter mijn computer gekropen, om te zoeken naar woorden, voor jou, heel raar.

Mam, ik ben blij dat een grotere lijdensweg jou hiermee bespaard is gebleven. Zeker toen ik via Corry en Henk hoorde hoe slecht jij er aan toe was. Daar schrokken we allemaal van.

Vrede met deze situatie? Ja. Maar het loslaten valt me toch moeilijk.

Met ieder van ons vieren had jij een speciale band, ieder betekende buiten het kind zijn om iets extra’s voor jou.
Zo besloot ik, na het overlijden van ons pap, jou elke dag te bellen. Ter controle om te horen hoe het met jou ging. Soms belden we, tot ‘frustratie’ van Theo, wel twee tot drie keer op een dag met elkaar.
Onze band verstevigde zich toen Theo overleed. Samen met jou aan de telefoon praten over het alleen verder moeten. Voor mij een nieuwe ervaring, terwijl jij toen al 12 jaar zonder ons pap door het leven ging. Als ik ergens mee zat, boos was op iets wat om mij heen gebeurde, of onbegrip of gewoon verdriet: jij begreep me. En bovenal, ik begreep jou vanaf toen beter.

Ook het schrijven bond ons. Na het uitbrengen van mijn eerste boek, jij had er al acht op jouw conto staan, ging ik kleine korte verhalen schrijven. Elke keer bracht ik ze voor jou uitgeprint mee. Ze verdwenen allemaal in een map.

Omdat de laatste jaren voor jou niet meer zo plezierig waren qua lichamelijke gesteldheid, zochten wij allen lichtpuntjes op waar jij naar uit kon kijken.

Toen ik eind december besefte dat het dit jaar 75 jaar geleden is dat Schaijk werd bevrijd, zag ik een leuke uitdaging voor ons tweeën. Jij had tenslotte al twee boeken uitgebracht over Market Garden, september 1944.
“Wat”, zei ik tegen je, “als we nou eens samen de maanden gaan beschrijven die vooráf gingen aan het moment dat jij langs de Corridorweg in Reek de bevrijders stond toe te juichen. Waar jij stiekem een sigaretje aannam van één van die Engelse soldaten.”

Jij vond het een goed idee. Uiteraard kon je je niet alle gebeurtenissen meer helder voor de geest halen, maar door herinneringen aan jullie thuis op te halen, jouw oude verhalen te lezen, en die te plaatsen in die bewuste periode, ontstonden automatisch leuke vertelsels. Het mooiste vond ik wel als jij, met de pen in de aanslag, alles teruglas en er aantekeningen bij zette, als een echte juf die je eigenlijk had willen worden. “Dat kan niet Annelies, dat heb ik zo niet gezegd.” Of: “dat woord heb je er twee keer staan.”
Vaak las ik het ook voor aan de telefoon. Dat was best een dingetje, want je rebbelde er telkens tussendoor. Maar als ik het dan uiteindelijk twee of wel drie keer had voorgelezen, kon je soms na een korte stilte heel zachtjes zeggen: “Goh Annelies, dat was echt zo, ik zie het helemaal voor me, het is net of ik er weer ben, wat mooi.” Blijer kon je me niet maken. En als ik weer eens een vraag over vroeger had, zei je altijd: “Was ons Marie er nog maar, die wist dit wel.”

Dat ik die verhalen op Facebook zette, op onze eigen pagina ‘Samen met Betsy naar 75 jaar bevrijding’, vond je in het begin maar niks. Maar geleidelijk aan veranderde dat. “Hoeveel mensen hebben het al gelezen? En zijn er reacties?” Heel leuk vond ik het voor je dat door onze verhalen jij een ereplekje kreeg op ‘Goei Volk’, de site van Omroep Brabant. Een titel die toevallig ook een van jouw verhalen heeft.

Helaas halen we saampjes september, 75 jaar bevrijding, net niet mam. En ook niet het moment dat op jouw 93e verjaardag een glossy boek over zussen verschijnt. Een boek vol verhalen over zussen waarin jij en Tante Dora straks samen schitteren. Voor ons een schitterend aandenken aan jouw laatste weken bij en met ons.

Omdat jij zo’n taaie tante was, kreeg ik zelfs de hoop dat ik jou misschien wel het eerste exemplaar van mijn boek over jouw oma Marjanneke, en verdere familie waaronder jouw moeder, zou kunnen aanbieden. Dromen mag toch? Maar gelukkig heb je alles meegekregen en je er tegenaan bemoeid.

Mam, jij bent en blijft mijn grote inspirator. Jou loslaten is moeilijk, maar jij hebt nu geen pijn meer. Ik weet dat het voor jou ook goed was.

‘Ik hou van jou’ is iets wat wij niet zeiden. Wel ‘Goh, wat ben ik blij jou weer te zien’. Dat waren onze laatste woorden afgelopen vrijdag. Die woorden werden heel welgemeend uitgesproken, voor mij hebben ze dan ook dezelfde betekenis.

Mam, jouw ziel gaat strakjes naar boven. Jouw eerste taak zal het opzoeken zijn van tante Marie waar je nog zoveel aan wilt vragen. Misschien kom je ook Theo tegen, dan weet je wat je moet zeggen hè. Maar daarna alsjeblieft als de wiedeweerga naar ons pap. Dan hebben wij hier beneden vrede in ons hart.

Dag lieve mam, dag…

Grijze natte wereld

Het is vroeg in de ochtend als ik in de auto stap. Langzaam rijd ik de straat uit. De ruitenwissers heb ik wakker geschud door ze gelijk in de hoogste versnelling te zetten. Het regent namelijk pijpenstelen.

Gisteravond heb ik uitgedokterd hoe ik vandaag het beste van A naar B kan rijden. Het is momenteel hopeloos op de wegen om me heen. Bijna alle snelwegen zijn afgesloten. Ik wil naar Weeze, bij Siebengewald net over de grens. Dus sla ik in plaats van linksaf nu rechtsaf en tuf ik door de blank staande wegen via Nijmegen, Ubbergen, Kranenburg, Kessel en Goch naar het restaurant waar een uitgebreid ontbijt klaar staat.
Het is ‘Burendag’, en al woon ik niet meer in Siebengewald ben ik toch uitgenodigd om me bij hen aan te sluiten. Gezellig, ik kijk er echt naar uit!
Onderweg heb ik alle tijd om te luisteren naar de radio, verhalen over de natuur, afgewisseld met klassieke muziek, lekker rustig.

Ik kijk om me heen en voel, ondanks de stromende regen, de kalmte in me neerdalen. Het Reichwald en haar heuvelachtig gebied eromheen heeft altijd dat effect op me. Heerlijk om hier te rijden, ik geniet en besef dat ik het mis. Ik moet hier vaker komen, neem ik me voor. Ondertussen dwalen mijn gedachten af naar mijn boekpresentaties. Want dat is zo fijn als je in je eentje reist, je bepaalt zelf het onderwerp van het gesprek dat je in je hoofd met jezelf voert. En bedenk ik iets belangrijks wat ik niet mag vergeten, dan ligt daarvoor de dictafoon klaar. Thuis kan ik mijn ingesproken boodschappen later verder uitwerken. Ideaal!

Maar goed, terug naar mijn wilde plannen. Dordrecht en Schaijk staan al op papier en zijn voor een groot gedeelte uitgewerkt. Nu wil ik Siebengewald nog aan dat lijstje toevoegen. Na het ontbijt ga ik daarom naar mijn oude vertrouwde plekje dat nu ‘De Tamme Kastanje’ heet. Want daar heb ik de eerste woorden voor mijn boek op papier gezet, daar ligt de oorsprong van ‘Marjanneke, stoer wijf’. Gek hè, toen wist ik al dat het boek deze titel zou krijgen.

Weer vijf uur later rijd ik terug naar huis, mijn lijf opgewarmd door zowel de brandende kachels als door de aandacht van de mensen om me heen. Te voelen dat je er nog bij hoort is iets heel speciaals. Deze ochtend zaten allemaal opgewekte mensen om me heen, allen betrokken met elkaar, pratend, luisterend, begaan met elkaars lief en leed. Dit was ooit zo en dat is dus nog steeds zo.
En ja, Siebengewald is nu ook geregeld. Zelfs degene die ik als gastspreker in gedachten had, is van de partij.

Thuisgekomen draai ik de thermostaat wat hoger en zet ik een grote pot thee. Vervolgens start ik de laptop op en leg de dictafoon klaar. Straks ga ik alles uitwerken, daar heb ik zin in. Maar eerst mijn moedertje bellen, zeggen mijn hersenen. En dan schiet ik vol. Hoe graag zou ik dat doen, even mam zeggen wat ik vandaag heb meegemaakt.
Ik kruip op de bank, rol me op en trek de plaid over me heen. Mijn ziel doet pijn, voor nu heb ik even andere warmte nodig…

Hadden ze in de 19e eeuw ook een ‘Burendag’?

Burendag 2019 versus 1884. Historische Roman: ‘Marjanneke, stoer wijf. (Over)Leven in Dordrecht, eind 19e eeuw’.

Burendag
Daar moest ik vanmiddag denken toen ik met de auto heel voldaan Weeze uitreed. Mijn oude buurt uit Siebengewald had namelijk, zoals elk jaar, een ontbijt voor ons allen georganiseerd. Ditmaal net over de grens bij Marktcafe Reuters. Met meer dan 30 personen streken wij neer aan de gedekte tafels. De innerlijke mens kwam niets tekort.

Bijtanken
Het was fijn om elkaar weer te spreken. Voor mij, als oudgediende van de buurt, was het een feest om iedereen weer te zien en vooral te luisteren naar hun verhalen. Ook ik wilde het mijne met hen delen.
Want toen wij elkaar vorig jaar, net voordat de verhuiswagens kwamen, gedag zeiden, spraken we af dat we contact zouden houden. De tweeëntwintig jaar dat ik daar woonde, waarin we veel lief en leed met elkaar hebben gedeeld, vlak je tenslotte niet zomaar weg. En het deed me goed hen te melden dat ik het ook in mijn nieuwe buurt weer goed heb getroffen! Dan ben je een gezegend mens, toch?!

Vroeger
Maar terugkomend op de kop van deze blog, hoe was dat vroeger? Stonden ze toen ook voor elkaar klaar?
Na alle research die ik achter de rug heb voor mijn boek ‘Marjanneke, stoer wijf’, weet ik nu dat dat toen ook zo was. Wat zou Marjanneke, mijn overgrootmoeder, geweest zijn zonder haar buurvrouwen Dineke en Mien.
Oeps, jullie zullen nu wel zeggen: “Wie? Waar heeft ze het over?”

Pssst
Ik zal jullie verklappen dat deze dames voor Marjanneke heel belangrijk waren. En Marjanneke ook weer voor hen. De term ‘Burendag’ ben ik in alle archieven niet tegengekomen. Maar volgens mij vierden ze dit elke dag van de week…

Interesse?
Voor wie meer wil weten hoe het Marjanneke eind 19e eeuw verging, het boek is in aantocht. Vanaf 13 november ligt het gedrukt en wel klaar voor jullie. ‘Marjanneke, stoer wijf. (Over)Leven in Dordrecht, eind 19e eeuw’. Link boek…

Lieve groet, buurvrouw Anneliese

Foto http://www.burendag.nl: een initiatief van Douwe Egberts en Oranje Fonds

Theo wist het wel…

Ik ga jullie iets vertellen van jaren, jaren geleden. Toen Theo en ik nog jong en onbedorven waren, zal ik maar zeggen haha.

We zaten op het terras van restaurant ‘Duurstede’ van Paul Fagel.
Het zonnetje stond vrij laag en Theo had daar best last van.
‘Zullen we van plaats wisselen?’, vroeg ik.
‘Graag!’
Theo zit nog maar amper op mijn stoel of hij wordt bedolven onder een super grote flats. Het droop van zijn voorhoofd zo op zijn broek, zo op de stoel. Verbouwereerd keken we elkaar aan. Althans ik, Theo had moeite om zijn ogen open te houden.
Ik stak mijn hand op en de gérant kwam direct naar ons toegesneld. Met zijn lief, vriendelijk gezicht, doch met altijd iets droevigs over zich, vroeg ‘Pierrot’ wat hij voor ons kon betekenen.
Daarop zei Theo de hilarische woorden: ‘hebben jullie hier vaker last van laag overvliegende koeien?’
‘Pierrot’ wist niet waar hij moest kijken, maar hij nam Theo direct mee naar achteren om hem weer een beetje toonbaar te maken.

Waarom ik jullie deze anekdote vertel?

Ik ben net met mijn auto erop uit geweest. Terwijl ik vanaf de Bruna terugloop naar de auto, laat ik bijna mijn gewonnen prijs van Puur! uit eten, het boek ‘Verrot Gezond’ uit mijn handen vallen.
Op mijn auto had zich namelijk iets héél verrots genesteld. En zo te zien zat het er al een paar dagen op.
Als eerste dacht ik aan de twee duiven van achter mijn huis. Zou het een wraakactie van hen zijn, omdat ik hun nest ik uit mijn plataan had verwijderd?
Of, en ja daar komt Theo om de hoek, zouden hier in Beuningen, net als in Wijk bij Duurstede toen, ook laagvliegende koeien wonen?

Weet je, zo komt Theo bijna elke dag wel even in mijn gedachten op bezoek. Even samen herinneringen ophalen. Ik praat, hij zegt niks terug.
Morgen is het zijn sterfdag, zijn achtste alweer. Maar de eerste hier in Beuningen. Hij is bij me, dat blijft voor altijd zo. Het voelt alsof ik samen met hem een grapje maak door samen een herinnering op te halen. Zo houd ik Theo dicht bij me. Morgen proost ik op het leven. Op het goede, grappige, smaakvolle, soms sikkeneurige, humoristische leven dat wij saampjes hadden.

Santé!

Juli 1944

Anneliese:
Juli 1944, wat herinner je van die maand mam?

Mam:
Juli, toen was het hoogzomer, en hadden de boeren het druk op het land.
Iedereen in ons gezin die thuis was, moest altijd zijn handen uit de mouwen steken.
Als de geur van vers gemaaid gras ons huis binnendrong, wisten we ‘er is werk aan de winkel’, hooien, met grote hooivorken, oppers maken. Dat was altijd een gezellige periode, want er werd veel gelachen.
En de fruitbomen langs ons pad, van de Lage Baan naar ons huis, hingen barstensvol rijp fruit. Pruimen, bessen, kersen en knoezels, ons moeder en Marie vulden de weckpotten. Op de kachel stond bijna elke dag wel een volle weckketel.

Anneliese:
Dus eigenlijk iets van alle tijden zo te horen

Mam:
Inderdaad, dat heb jij ook allemaal gedaan, toch?
Maar jij vraagt om juli 1944. Het zal toen niet anders zijn geweest.
Ach meidje, het was oorlog, maar alles ging zo gewoon mogelijk door. We waren wel alerter. Je moest altijd opletten op je woorden letten en ook tegen wie je wat zei.

Anneliese:
Noem eens wat.

Mam:
Neem nou onze grammofoon. Die hadden we verstopt op zolder want anders werd die ingenomen door de Duitsers. Maar er was niks zo mooi als muziek draaien. We hadden veel platen, van die bakelieten. Elke zondag werd die nadat we eerst allemaal naar de kerk waren geweest en hadden gegeten voor de dag gehaald. Bij mooi weer zetten we die op de stoep op een stoel bij de achterdeur. Dan zongen we mee met die liedjes. En er werd bij gedanst. Tijdens de oorlog is dat helaas niet zo vaak gebeurd. Maar als ie er stond was het feest!

Anneliese:
Liedjes die wij ook kennen?

Mam:
Oh, ik weet een hele rits. ‘Marie, die vrijt met een Huzaar een hele tijd, al haast een jaar’ en ‘Heb meelij Jet, heb meelij Jet, is er voor mij geen plaats meer in bed’. En dan ging het verder met: ‘Ik lig met mijn rug op een scherpe rand en hang voor de helft uit het ledikant’. Och, ze komen allemaal weer naar boven. Het waren allemaal meezingers. Net als ‘Mijn Sari Marijs is zo ver van mijn hart’ en ‘Ik heb vier jaar onschuldig gezeten’.

Anneliese:
Enkele ken ik wel, maar die van Jet en het ledikant heb ik nog nooit gehoord. Nog bekende zangers?

Mam:
Daar was een Kees Pruis, en Willy Derby, en ik herinner me ook een van der Sanden.

Anneliese:
Je schiet in de lach, wat is er?

Mam:
Er was ook een plaat met een kras erop. We moesten de naald meteen verzetten, anders gaf hij een herhaling waar moeder niet blij mee was. Het was juist een woord dat wij thuis niet mochten zeggen. Wat waren ze in die tijd toch streng!
Het gekke is dat we wel ‘zeikmei’ tegen een mier mochten zeggen, of ‘strontvlieg’ of ‘tiet tiet tiet’ als de kippen met kuikens werden gevoerd. En als je bang was werd je ‘schijtluis’ genoemd haha.

Anneliese:
En hadden jullie ook een radio mam?

Mam:
Nee, als ik het goed heb, waren er maar een paar in ons dorp. Onze buurman, Driek Verkuijlen had er zo eentje. Hij had er een sport van gemaakt om ’s avonds stiekem naar Radio Oranje te luisteren. Dat was natuurlijk ten strengste verboden. Soms trof hij het als tijdens zo’n uitzending Koningin Wilhelmina een toespraak hield. Al het nieuws kwam hij dan altijd meteen bij ons aan de keukentafel vertellen. Door hem bleven wij wel op de hoogte.
Ik weet nog dat mijn moeder, jouw oma, eens zei dat ze, in Dordrecht waar zij toen woonde, voor onze Koningin had mogen zingen, en voor de moeder van Wilhelmina, Emma. Dat was toen net voor haar 18e verjaardag, samen met heel veel schoolkinderen. Ze was toen 10 jaar oud.

Anneliese:
Dat is heel speciaal mam. Dat verhaal kan ik mooi gebruiken voor mijn boek dat ik nu over onze overgrootouders in die periode in Dordrecht schrijf.
Maar terug naar die radio. Wat kan je mij daar nog meer over vertellen?

Mam:
Jij weet dat ik in mijn boek ‘De Mobilisatie, De Oorlog, De Bevrijding’ het refrein van een liedje aanhaal. Dat gaat als volgt:
‘Ooo, mijn kleine schildersjongen,
wat ben je toch begonnen.
Want met al je mitrailleurs en bomme,
kan je nooit in Engeland komme.’
Dat is nou zo’n typisch cabaretliedje dat via Radio-Oranje werd uitgezongen. Dat heb ik dus van Driek geleerd. Maar dat was veel eerder dan juli 1944. Dat zal in het begin van de oorlog zijn geweest.
Jullie kunnen tegenwoordig toch alles op jullie telefoon opzoeken. Kijk maar eens of je hier nog wat van vindt.

Anneliese:
Grappig dat jij dat met jouw bijna 93 jaar zegt mam, maar ik ga het gelijk doen.
Verhip, ik heb het al gevonden! Luister: https://youtu.be/G2k2Gb3YbVg
En ja, het is van maart 1941.

Mam:
Zie je wel. Maar Anneliese, zoek straks ook eens die liedjes op die ik net opnoemde. Kunnen we die mooi samen zingen…