Juli 1944

Anneliese:
Juli 1944, wat herinner je van die maand mam?

Mam:
Juli, toen was het hoogzomer, en hadden de boeren het druk op het land.
Iedereen in ons gezin die thuis was, moest altijd zijn handen uit de mouwen steken.
Als de geur van vers gemaaid gras ons huis binnendrong, wisten we ‘er is werk aan de winkel’, hooien, met grote hooivorken, oppers maken. Dat was altijd een gezellige periode, want er werd veel gelachen.
En de fruitbomen langs ons pad, van de Lage Baan naar ons huis, hingen barstensvol rijp fruit. Pruimen, bessen, kersen en knoezels, ons moeder en Marie vulden de weckpotten. Op de kachel stond bijna elke dag wel een volle weckketel.

Anneliese:
Dus eigenlijk iets van alle tijden zo te horen

Mam:
Inderdaad, dat heb jij ook allemaal gedaan, toch?
Maar jij vraagt om juli 1944. Het zal toen niet anders zijn geweest.
Ach meidje, het was oorlog, maar alles ging zo gewoon mogelijk door. We waren wel alerter. Je moest altijd opletten op je woorden letten en ook tegen wie je wat zei.

Anneliese:
Noem eens wat.

Mam:
Neem nou onze grammofoon. Die hadden we verstopt op zolder want anders werd die ingenomen door de Duitsers. Maar er was niks zo mooi als muziek draaien. We hadden veel platen, van die bakelieten. Elke zondag werd die nadat we eerst allemaal naar de kerk waren geweest en hadden gegeten voor de dag gehaald. Bij mooi weer zetten we die op de stoep op een stoel bij de achterdeur. Dan zongen we mee met die liedjes. En er werd bij gedanst. Tijdens de oorlog is dat helaas niet zo vaak gebeurd. Maar als ie er stond was het feest!

Anneliese:
Liedjes die wij ook kennen?

Mam:
Oh, ik weet een hele rits. ‘Marie, die vrijt met een Huzaar een hele tijd, al haast een jaar’ en ‘Heb meelij Jet, heb meelij Jet, is er voor mij geen plaats meer in bed’. En dan ging het verder met: ‘Ik lig met mijn rug op een scherpe rand en hang voor de helft uit het ledikant’. Och, ze komen allemaal weer naar boven. Het waren allemaal meezingers. Net als ‘Mijn Sari Marijs is zo ver van mijn hart’ en ‘Ik heb vier jaar onschuldig gezeten’.

Anneliese:
Enkele ken ik wel, maar die van Jet en het ledikant heb ik nog nooit gehoord. Nog bekende zangers?

Mam:
Daar was een Kees Pruis, en Willy Derby, en ik herinner me ook een van der Sanden.

Anneliese:
Je schiet in de lach, wat is er?

Mam:
Er was ook een plaat met een kras erop. We moesten de naald meteen verzetten, anders gaf hij een herhaling waar moeder niet blij mee was. Het was juist een woord dat wij thuis niet mochten zeggen. Wat waren ze in die tijd toch streng!
Het gekke is dat we wel ‘zeikmei’ tegen een mier mochten zeggen, of ‘strontvlieg’ of ‘tiet tiet tiet’ als de kippen met kuikens werden gevoerd. En als je bang was werd je ‘schijtluis’ genoemd haha.

Anneliese:
En hadden jullie ook een radio mam?

Mam:
Nee, als ik het goed heb, waren er maar een paar in ons dorp. Onze buurman, Driek Verkuijlen had er zo eentje. Hij had er een sport van gemaakt om ’s avonds stiekem naar Radio Oranje te luisteren. Dat was natuurlijk ten strengste verboden. Soms trof hij het als tijdens zo’n uitzending Koningin Wilhelmina een toespraak hield. Al het nieuws kwam hij dan altijd meteen bij ons aan de keukentafel vertellen. Door hem bleven wij wel op de hoogte.
Ik weet nog dat mijn moeder, jouw oma, eens zei dat ze, in Dordrecht waar zij toen woonde, voor onze Koningin had mogen zingen, en voor de moeder van Wilhelmina, Emma. Dat was toen net voor haar 18e verjaardag, samen met heel veel schoolkinderen. Ze was toen 10 jaar oud.

Anneliese:
Dat is heel speciaal mam. Dat verhaal kan ik mooi gebruiken voor mijn boek dat ik nu over onze overgrootouders in die periode in Dordrecht schrijf.
Maar terug naar die radio. Wat kan je mij daar nog meer over vertellen?

Mam:
Jij weet dat ik in mijn boek ‘De Mobilisatie, De Oorlog, De Bevrijding’ het refrein van een liedje aanhaal. Dat gaat als volgt:
‘Ooo, mijn kleine schildersjongen,
wat ben je toch begonnen.
Want met al je mitrailleurs en bomme,
kan je nooit in Engeland komme.’
Dat is nou zo’n typisch cabaretliedje dat via Radio-Oranje werd uitgezongen. Dat heb ik dus van Driek geleerd. Maar dat was veel eerder dan juli 1944. Dat zal in het begin van de oorlog zijn geweest.
Jullie kunnen tegenwoordig toch alles op jullie telefoon opzoeken. Kijk maar eens of je hier nog wat van vindt.

Anneliese:
Grappig dat jij dat met jouw bijna 93 jaar zegt mam, maar ik ga het gelijk doen.
Verhip, ik heb het al gevonden! Luister: https://youtu.be/G2k2Gb3YbVg
En ja, het is van maart 1941.

Mam:
Zie je wel. Maar Anneliese, zoek straks ook eens die liedjes op die ik net opnoemde. Kunnen we die mooi samen zingen…

Auteur: anneliesevonkvanderzanden

Auteur, Blogger, Verhalenverteller (lezingen), Culinaire creatieveling, Opgeweckt, Kokkin, Puur, Gastvrij, Biologisch, Doorzetter, Unieke streekproducten uit eigen keuken, Het weckparadijs. Tevens schrijver/uitgever van het boek 'Was er maar een recept voor rouwen'. Nieuw boek in wording: Historische Roman dat zich afspeelt in Dordrecht eind 19e eeuw. Over Marjanneke, mijn overgrootmoeder, die ik heel stoer vind!

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s