Featured

Er was eens … (130 jaar geleden)

We noemen haar Elisabeth, Betje de Kleijn

27 oktober 1887 wordt in Dordrecht een meisje geboren, Elisabeth, dochter van Marjanneke en Joost de Kleijn-Klaassen. Zusje van Kee, Tinus en Dorus. Kind van een Oost-Brabants, Schaijk, gezin dat in 1884 naar Dordrecht verhuist. Op dat moment, tweede helft 19e eeuw, is in Nederland de Industriële Revolutie in volle gang. Veel mensen van het platteland vertrekken, om de armoede te ontvluchten, naar de grote steden, op zoek naar werk. Zo ook dit gezin.

Wat vind ik nu zo bijzonder aan hen zal je je afvragen. Nou, het zijn mijn overgrootouders, en dat meisje is mijn oma, haar roepnaam Betje.

Mooie stad Dordrecht

Altijd als de stad Dordrecht vernoemd wordt moet ik aan hen denken. Ik reageer ook altijd heel enthousiast met: ‘Mooie stad hè. Weet je dat mijn oma daar is geboren? Ze heeft er samen met haar ouders in horecabedrijven gewoond en gewerkt, eigenlijk net zoals ik dat nu doe. En, en …’ Tja, dan val ik stil, want meer weet ik niet.

Het zal een jaar geleden zijn dat ik met vriendinnen in een restaurant in Venlo zit. Eén van hen heeft Dordrecht bezocht. En ja, stante pede herhaal ik weer hetzelfde riedeltje. Op de terugweg naar huis bedenk ik me dat dit eens moet ophouden. Ik hier meer over wil weten. Het zijn verdikkeme mijn voorouders, het is mijn eigen geschiedenis. Achter het stuur van de auto besluit ik op onderzoek ga en dat ik er wellicht een boek over ga schrijven. Het is een jaar na het uitbrengen van mijn eerste boek en het begint te kriebelen: ik wil weer schrijven, alleen nu niet over rouw.

Op naar mijn moeder

Mijn moeder, net 91 jaar geworden, is mijn eerste aanspreekpunt. Wat kan zij mij vertellen over het leven van haar moeder, oma, opa, tante en ooms in Dordrecht? 35 jaar geleden heeft zij hier ook eens onderzoek naar gedaan in diverse archieven. Dat resulteerde in drie boeken over de geschiedenis van onze families. In die tijd vond ik dat niet zo interessant. Maar ja, je wordt ouder en tijden veranderen …

Met pen en papier in de aanslag zit ik bij haar op de bank. Haar boeken hebben we al doorgenomen maar over die 15 jaar in Dordrecht heeft ze niet veel geschreven. Ik hoop nu op overleveringsverhalen. Het resultaat valt jammer genoeg tegen. Mijn oma was erg jong, pas elf jaar, toen ze Dordrecht verlieten, de herinneringen die ze doorverteld heeft zijn summier. In die tijd liet men het verleden ook rusten. Later had ze het erg druk met het runnen van haar grote gezin, vooral na het vroege overlijden van opa, en ze was ook niet zo’n prater. Mijn moeder is het tiende kind in de lange rij van dertien. Haar oudste zus Marie had hier zeker meer over kunnen vertellen. ‘Maar’ zegt mam dan; ‘daarvoor moeten we naar de hemel’.

Archief in, archief uit

De ouders van oma, ofwel de grootouders van mijn moeder, zijn dus eind 19e eeuw naar Dordrecht vertrokken. ‘Waarom, wie waren ze, wat deden ze daar precies?’ Steeds meer vragen borrelen in me op. Antwoorden wil ik, en om die te vinden ga ik de hort op en kom zo terecht bij het Regionaal Archief van Dordrecht. Zoeken naar mijn Dordtse roots: op zoek naar Joost de Kleijn en Marjanneke Klaassen, op zoek naar het leven van mijn overgrootouders in, voor toen zeker, het verre Dordrecht. In die tijd ging je niet zomaar van A naar B. Er waren nog geen auto’s, er reed een enkele trein. Trekschuiten, stoomboten en paard met wagen waren toen de gangbare vervoersmogelijkheden. En je kon ook te voet gaan. De afstanden werden in die tijd ook aangegeven met: zoveel uur gaans. Ofwel, zoveel uur te lopen. Bij mij rijst dan direct de vraag op: hoe hebben zij die honderd kilometer overbrugd?

Hotel – Café – Koken – Recepten

Al zoekend in de archieven kom ik boterhandelaar Albers uit Grave tegen die in 1883 zijn boter/margarinefabriek verplaatst naar Dordrecht. Joost krijgt daar werk, al eerder voor ze definitief verhuizen. Van daaruit probeert hij de grote overtocht te regelen, een woning te vinden en een school voor de kinderen. Het gezin de Kleijn woont op diverse adressen in Dordt. Als eerste kom ik de Sluisweg tegen, en vervolgens de Geldelooze Pad, de Wijnstraat (Het Burgerhotel), de Cornelis de Wittstraat (Café de Ruwaard van Putten) en als laatste de Nieuwstraat. Hoe meer ik door mijn onderzoek te weten kom, hoe meer respect ik voor ze krijg. Een heel nieuw leven opbouwen in een voor hen onbekende stad, zoveel onzekerheid. Ze hadden wel lef! Ik krijg ook gaandeweg steeds meer een band met Marjanneke, mijn overgrootmoeder. Al is het alleen al door alle lekkere recepten!

Het boek komt eraan!

Zo heb ik bijna hun hele tijdlijn kunnen ontrafelen. En ik altijd denken dat zoiets alleen maar bij beroemde mensen kan. Ik ga proberen de 15 jaar die mijn overgrootouders en hun kinderen in Dordrecht doorbrachten, met woorden weer tot leven te brengen. Daarvoor ga ik nu hard aan het werk, samen met een vriendin die mijn teksten gaat redigeren en samen met een schrijfcoach die me ondersteund en achter mijn vodden gaat zitten. Mijn streven is om volgend jaar april-juni het boek te presenteren. De werktitel voor nu is: ‘Marjanneke, een stoer wijf’ , maar die kan nog wel tig keer veranderen…

Via mijn website (www.debourgondischehoeve.nl/blog) en facebookpagina’s (De Bourgondische Hoeve / Anneliese Vonk / Marjanneke, een stoer wijf) kan je zien hoe het boek zich ontwikkelt.

Gisteren, 27 oktober 2017, was dus de 130e geboortedag van mijn oma, een reden om hier even bij stil te staan.

Eten wat de pot schaft

De Tafel
Het tafelkleed ontbrak op de grote tafel bij ons in de Lagebaan
De vele eters schoven (soms luidruchtig) rond die tafel aan
Het bestek was eenvoudig: lepel, vork, soep- en sauslepel, schuimspaan
De dampende potten eten kwamen in het midden van de tafel te staan

De Soep
Zondags was er kip of rundsoep, er mocht altijd een mee-eter komen
De Doordeweekse soep was machtig, meestal van erwten of bonen
De bonen en erwten werden de dag te voren in water geweekt
Een hiel of ribkus van het varken, maakten de soep compleet

De Aardappelen
Ook de aardappelen (piepers) schilde men de avond te voren
Twee van de twaalf werden ‘tot ongenoegen’ daarvoor uitverkoren
Een emmer vol, en moeder maar roepen… “schel nie zò dik!”
Wij, de kleinsten telden de plonsen in het water, hadden samen schik

De Groente
Vele dagen in de week was het stamppot, van groenten uit eigen hof
Witte en savooienkool, wortelen, ook zuurkool of een en ander lof
Zaterdags deden ze spek bakken, daar deden ze schijfjes piepers in
Brood met spek, ook nog een bord brokkenpap, dat ging er altijd in

Het Vlees
Zondags kregen wij gekookte piepers en jus van vlees of groentenat
Het vlees was verse worst, kip of hachee van een grote varkenslap
Maar vrijdags was er haring en eieren, dan was het vastendag
Met rijstepap toe, wou iedereen dat het iedere dag vrijdag was

Het Nagerecht
Ook kregen wij zondags pudding, en werd nog iets lekkers beloofd
Van eigen fruit, kersen, bessen, bramen, werd nog een sausje gekookt
Iedereen bleef aan tafel, bang dat een ander hun portie wegnam
Ja, de grootste deden graag plagen, maakten de kleinsten graag bang

Bidden en Werken
‘Eten wat de pot schaft’, niemand mocht vragen, niemand deed klagen
Wij baden iedere dag ‘De Engel des Heeren’, soms met rammelende magen
Aan het eten werd vroeger heel veel tijd… en handwerk besteed
Niemand bij ons in de Lagebaan, heeft zich aan werk en eten verveeld

Gedicht geschreven door Betsy van der Zanden-van der Heijden

April 1944 Deel 1

Moeder is ziek
Het is zondag 2 april. Met hese stem roept moeder vanuit haar bedstee, verstopt in de Goeikamer, aanwijzingen.
“Marie, neem jij de tas met takjes mee? En Martien, jij die met de flessen.”
Broer en zus kijken elkaar aan en slaken een diepe zucht.
“Jaaaa mam,” roept Martien, “en ik zal oppassen en alles heel houden.”
Marie loopt toch nog even naar moeder om haar gerust te stellen.
“Doe maar rustig aan moeder, het komt goed. Ik heb alles voor het middageten al klaar gezet. Probeer nog maar even te slapen.”
Als zij met de rest van het gezin naar buiten lopen, klinkt er uit de vele monden ‘Houdoe’, ‘Houdoe moeder’!

Palmzondag
Het heeft die nacht gevroren. De zon die doorbreekt zorgt voor een magisch witte gloed over de weilanden maar het is nog wel fris. Betsy en haar broers en zussen hebben daar echter weinig oog voor. Die lopen al pratend, lachend en soms even zingend stevig door richting dorp waar om 10 uur in de kerk de Latijns gezongen Heilige Mis begint. Vandaag is het ook nog eens Palmzondag. De enige dag van het jaar dat pastoor Lammers water en palmtakjes wijdt. Vandaar die twee tassen waar moeder zo op hamerde. In één de flessen gevuld met water uit eigen put en in de ander de palmtakjes, ofwel buxus, van de struiken uit hun voortuin.

Haar hele hebben en houwen beschermen
Moeder kan niet zonder deze twee ingrediënten.
De twee wijwaterbakjes, één in de keuken en één in de Goeikamer, vult ze elke week bij zodat ze Onze Lieve Heer, te pas en te onpas, om hulp kan vragen. Voor een alleenstaande moeder met zo’n groot gezin ín oorlogstijd geen overbodige luxe… Ze doopt dan eerst haar vingertoppen in het wijwater, slaat vervolgens een kruis en bidt hierna de nodige Onzevaders en Weesgegroetjes.
Ditzelfde ritueel herhaalt zich ook elke avond voor het slapen gaan, maar dan door de jongsten van het gezin, om te danken voor de voorbije dag.

Met dat wijwater beschermt ze naast haar gezin ook de boerderij. Want met een dak van stro, wonend in het buitengebied, moet je immer alert zijn. Vooral bij onweer.

Noodweer
Mocht er ’s avonds of ’s nachts onweer uitbreken klinkt moeders stem luid: “Het onweer komt over.” Het sein om allen het uit bed te komen en samen het ‘rozenhoedje’ te bidden.
Volgen donder en bliksem elkaar steeds sneller op maakt ze, gewapend met wijwater en palmtak, een ronde om de boerderij om deze te zegenen tegen blikseminslag. Onderwijl gebeden prevelend, in de volle overtuiging dat het onweer hen zo geen kwaad meer kan doen.
Wanneer moeder even daarna, vaak zeiknat van de regen, weer binnenkomt is iedereen opgelucht. Het lijkt dan wel alsof ze een wonder heeft verricht. Het enige wat iedereen dan nog rest is het slaan van een kruisteken met moeders wijwater. Als het onweer afzwakt mag iedereen weer gaan slapen. Het gevaar is immers geweken, denken ze.

Mentale steun
In deze tijd van oorlog, van onrust, waarbij je immer moet oppassen, je niet teveel kan en mag zeggen, waar gevaar altijd op de loer ligt, is voorzichtigheid geboden. Wijwater, palmtakje en rozenkrans zijn daarbij een dankbaar hulpmiddel!

Begin van de Paasweek
Maar Palmpasen is meer dan het wijden van. Het luidt namelijk het begin in van de Paasweek, ook wel de Goede Week genoemd. Voorafgegaan door de vastentijd, welk gestart is op Aswoensdag.
Tijdens de vastentijd verdwijnen steevast alle snoepjes in een vastentrommeltje dat op Palmzondag eindelijk open mag. Het feestgevoel wat daarbij staat door de oorlog helaas voor de jongsten van het gezin op een laag pitje. April 1944 zijn de vastentrommeltjes zijn zo goed als leeg, valt er weinig te vieren. Enkel de opgespaarde snoepjes van bakker Wim Spanjers, de inhoud is snel verdeeld…

Zondagse Maaltijd
Terug uit de kerk wacht moeder haar kinderen op. Al hoestend en proestend wacht moeder haar kinderen op uit de kerk. Samen met hen wil ze genieten van het zondagmiddageten.
Een goed uur later schuift iedereen om de keukentafel.
Marie zet intussen een grote pan met een goed gevulde kippensoep op tafel en maakt aanstalten om voor iedereen de borden vol te scheppen.
“Zo, al hedde gullie al veel gebeden in de kerk, nou nog effe hier thuis voor deze maaltijd.” Moeder slaat een kruis. “In de naam van de Vader, de Zoon en de Heilige Geest, amen.”
Omdat ze hierna buiten adem is neemt Betsy het gebed van moeder over waarna uit alle monden het Onze Vader en het Wees Gegroet klinkt.

Eten wat de pot schaft
Na de soep, de lege borden blijven staan, giet Marie de piepers af. Betsy en Annie helpen haar met de groenten.
Moeder kijkt vragend de tafel rond. “En hebben jullie nog familie gezien? Wie waren er allemaal?”
“Ik heb Pietoom en Janoom gezien, en Tante Kee en Dorusoom” vertelt Betsy, terwijl ze een pan op tafel zet. “Gij krijgt van hen de groeten, ze komen gauw eens langs zeiden ze.”

Moeder, die ondertussen alles in de gaten houdt, kan het niet laten zich overal mee te bemoeien: “Martien, jij zit het dichtst bij het fornuis, pak jij de gietijzeren pan op? Met pannenlappen hè, uitkijken, de pan is gloeiend heet!”
De geur van stoofvlees, van eigen vee, met veel uien vult de keuken als Martien de deksel ernaast legt.
Als alles op tafel staat en iedereen weer zit, vertelt Jan verder: “De kerk zat trouwens erg vol. Van hier uit de buurt waren ze er ook bijna allemaal. Maar ik zag er ook een paar die ik helemaal niet ken. Als, ik zeg áls,” benadrukt Jan, “áls dat onderduiklogées waren, nou dan zijn het wel échte waaghalzen.”
Moeder krijgt tijdens het eten op deze manier de laatste nieuwtjes uit het dorp, van wat de kinderen op het kerkplein hebben gehoord, door.
Zo vertelde Betsy nog dat ze door diverse mensen was aangesproken over de nieuwe kleding die ze voor hen maakt.
“Alhoewel ik bijna al mijn naaiwerk af heb, krijg ik het de komende week nog hartstikke druk. Iedereen wil er zondag in hun nieuwe kleding er natuurlijk op hun Paasbest uitzien.”
“Zo is het Betsy. Laat je wel weten wanneer er mensen hier van de week langskomen voor het doorpassen van hun kleding? De Goeikamer moet dan wel opgeruimd zijn.”

Tot slot
Het enige wat nog rest is het toetje.
Vandaag zijn dat de beschuitbollen, van bakker Wim Spanjers.
Door midden gesneden, overgoten met warme custard, afgemaakt met bramenjam. Betsy’s favoriete nagerecht.

De maaltijd van Palmzondag was opperbest. Volgende week echter, met Pasen, is het pas echt een feestmaaltijd. Dan zijn Dina en Corry weer thuis vanuit Gassel én helpen zij mee in de keuken. Dat belooft nog heel wat!
Het is oorlog, maar wonend op het platteland met godzijdank een moestuin, boomgaard én vee op stal en in de weide, is er aan eten geen gebrek.

Zondag 31 maart 2019, de eerste zomertijd-dag

Uitslapen
Afgelopen nacht is de zomertijd ingegaan, wat een uur korter slapen inhoudt. Mijn biologische klok wil daar niet aan en ben daarom ’s morgens niet vooruit te branden. Ik verschuil me, om wakker te worden, met een grote pot thee achter de computer. Ik besluit het rustig aan te doen. Op Facebook geef ik enkele reacties op berichtjes, daarna is het hoog tijd om mezelf op te frissen en aan te kleden.

Open Huis
In een plaatselijk krantje had ik iets gelezen over een Afscheidshuis hier in Beuningen. Ik besluit daar naar toe te gaan. Na een warm welkom krijg ik een rondleiding waarbij ik alle uitleg krijg over het mooi ingerichte pand en het ontstaan van hun onderneming. Op hun vraag waar ik nu woon vertel ik hen meer over mij, over mijn link met hen, over Theo, over mijn boek, over Siebengewald en over de verhuizing naar Beuningen. Het gevolg zijn mooie interessante over en weer gaande gesprekken. Na een kop thee zeg ik hen gedag.

Ontmoeting
Buiten gekomen loopt op dat moment een oudere dame voorbij. Zij spreekt me aan met de vraag of ik toevallig richting Nijmegen moet?
Zij heeft er al een flinke wandeling op zitten en is best moe.
‘Moet u hier in Beuningen zijn?’ vraag ik.
‘Ja, drie straten verderop rechts.’
Dat is dus iets verder dan waar ik woon. Ik open de bijrijders portier van mijn auto en nodig haar uit. ‘Stap in, dan ik breng u wel naar het adres waar u moet zijn.’
Een beetje pruttelend met ‘Dat hoeft nou ook weer niet’ stapt ze in. Best grappig als je bedenkt dat het haar eigen idee was!

Onmisbare auto
Met behulp van haar aanwijzingen stop ik na bijna 2 kilometer voor het aangewezen huis. Te voet was het voor haar anders nog best een flinke trippel.
Terwijl we stil staan praten we nog even verder. Onderweg heeft ze me al verteld dat ze door een ongeval even geen auto rijdt. Op zo’n moment besef ik maar weer eens hoe belangrijk een auto voor mij is, hoe afhankelijk je daar in je uppie van kan zijn. Dat is dan ook een van de redenen geweest om te gaan wonen waar ik nu woon, dicht bij het openbaar vervoer.

Afhankelijk van…
Het gesprek komt op onze overleden mannen, voor haar 11 jaar geleden en bij mij 7 jaar. Ze vertelt dat ze hiervoor altijd voor iedereen klaar stond. Nu ze echter zelf wat vaker een beroep moet doen op een ander, als zelfstandig iemand heel moeilijk, voelt dat voor haar toch vreemd aan. De volle agenda’s gooien vaak roet in het eten. ‘Helaas, vanmiddag komt niet goed uit…’ hoort ze dan regelmatig.

Begrip
De gespreksonderwerpen worden steeds persoonlijker. Zo praten we over het openstaan voor een andere partner, dat wij er niet naar op zoek zijn, over de arm om de schouders die we missen, over het met iemand naar een theater willen gaan. In no-time vertellen we elkaar heel veel, precies zoals mensen dat kunnen doen die elkaar niet kennen. Zonder vooroordeel, zonder achtergrond, puur, elkaar met één woord aanvoelen en begrijpen in het alleen zijn zonder je partner.

Bijgekletst
In het huis waar we voor staan zie ik weinig bewegen.
‘Weten ze dat je komt?’ vraag ik.
‘Nee, maar ze zullen wel achter bezig zijn.’ En met een grote lach op haar gezicht vertelt ze verder, ‘en ach, anders loop ik weer zoetjesaan naar huis, ik ben nu weer uitgerust.’

Ze doet de deur open en klautert de auto uit.
Met een ‘dank je wel’ en een ‘tot ziens’ zeggen we elkaar gedag.
In mijn achteruitkijkspiegel zie ik haar voorzichtig de opzit oplopen. In het zonnetje. Tjee, zulke ontmoetingen geven mijn dag een gouden randje!

Zwemmen
Tijdens de rit terug naar huis zie ik langs de weg op een bordje ‘Zwembad De Plons’ staan en besluit die op te zoeken voor info over de zwemmogelijkheden voor mij. Ik heb tenslotte dat mooie badpak vorige week niet voor niets gekocht! Na een duidelijke en vriendelijke uitleg loop ik 10 minuten later met een folder naar buiten. Hier ga ik terug komen, dat is zeker!

De laptop
Thuis kan ik mijn draai niet meer vinden, de gesprekken van deze middag spoken in mijn hoofd. Ik duik maar weer achter de computer.
Op facebook aangekomen valt mijn oog ineens op een bericht over een concert in Heerenveen. Omdat het de titel ‘Annelies’ heeft wil ik er meer over weten, zeker als ik zie dat die naam gekoppeld is aan Anne Frank. Het blijkt te gaan om een oratorium van James Whitbourn. De uitvoering is op Dodenherdenking, 4 mei a.s.

Anne versus Anneliese
Ik verbaas me erover dat ik mijn naam, Annelies, nog nooit eerder in combinatie met Anne Frank heb waargenomen. Dit ga ik uitzoeken. Mijn naam heeft dan wel een extra ‘e’ op het eind, maar toch.
Terwijl ik mijn naam met die van Anne Frank intoets, wat bijna aanvoelt als heiligschennis, komen er vele hints te voorschijn. Zoals deze die ik jullie niet wil onthouden. Als ik dan ook nog de extra ‘e’ bij Anne Frank ontwaar krijg ik spontaan kippenvel… (even op deze link klikken)
Documentary Anneliese Marie Frank

Bijzondere dag
Zondag 31 maart 2019, de dag die ik gewoon op zijn beloop liet, vertelde mij in een spanne van nog geen 12 uur vele verhalen, hoe bijzonder!

En hoe verliep jullie zondag? Rustig? Spannend? Willen jullie het ook delen?

Lieve groet, Anneliese

Boekenweek 2019 – Moeder de Vrouw

Samen schrijven
“En, hoever ben je? Heb je het verhaal al af?”
Mam is ongeduldig, ze wil onze gesprekken terug lezen op papier.
Sinds begin dit jaar praten we samen over haar oorlogstijd en om specifieker te zijn over 1944. De periode voorafgaand aan Market Garden.

Daar zijn de bevrijders
19 September 1944 is zij één van de vele juichende toeschouwers langs de Corridorweg en Bosschebaan, dichtbij de Kleine Elft, in Reek. Samen met al die mensen is zij getuige van het euforisch moment dat Reek en Schaijk door de geallieerden wordt bevrijd. Van een Engelse soldaat krijgt zij een sigaret in haar hand gestopt. Niet wetend hoe die vast moet houden maakt juist dan fotograaf Van den Bergh uit Oss een foto van haar. Zo zien we mam, Betsy van der Heijden, op de foto blij – een beetje onwennig – zich bijna geen houding wetend tussen de soldaten en andere meisjes tegen een legertruck geleund staan, voor eeuwig vastgelegd.

Herinneringen aan de oorlog
Tijdens die gesprekken krijg ik het idee om samen te schrijven over de periode vóór Market Garden. Hoe was toen het leven in Schaijk? Hoe ging men om met de oorlog? Wat waren de obstakels, was er honger, lag het sociale leven stil, wat mocht wel en wat mocht niet? Er komen heel veel vragen in me op.
In diverse boeken, door mijn moeder geschreven, kan ik al enkele antwoorden op die vragen terugvinden.
Maar hoe mooi is het om dit nu, van je 92 jarige moeder, uit haar mond nogmaals te horen? Met herinneringen die plots weer de kop op steken.

Opschieten
En ja, ze mag ongeduldig zijn. Op zulk een hoge leeftijd heb je geen zeeën van tijd meer. Haar conditie vertelt me ook dat ik er vaart achter moet zetten.

“Ik heb alle notities over april uitgewerkt mam. Ik ga het nu in een verhaal gieten. Komende week kom ik het bij je brengen en dan mag je het gaan verbeteren!”

Want dat is hard nodig. Al wat mijn moeder vertelt zie ik, vertaalt in beelden als een soort van film, gelijk voor me. Maar dat wil nog niet zeggen dat het de juiste zijn en dat het dan ook goed op papier terechtkomt. Meestal hoor ik dan mam zeggen: “Nee Annelies, dat klopt niet. Vanuit de keuken kon je niet het pad zien.” Of “Dat is goed.” Maar ook van “Dat kan je niet schrijven, dat mag niet.” Dan ben ik blijkbaar te vrij met mijn woordkeuze.

Naaister
Mam heeft door de oorlog niet door kunnen/mogen leren. Ze had zo graag schooljuffrouw willen worden. Maar gelukkig kreeg ze bij de nonnen een opleiding tot naaister. Hierdoor ging een andere wereld voor haar open. Zo zag en hoorde ze tijdens die oorlogsjaren veel van wat ze eigenlijk niet mocht zien en horen. Ze paste zich aan, hielp waar ze kon en werd net als iedereen creatief met wat voor handen was.

De schooljuf…
Het ruwe verhaal staat op papier en ga naar Schaijk om het bij mijn moeder af te leveren.

’s Middags gaat de telefoon.
“Mooi geschreven Annelies, alleen die en die zin kloppen niet. Ik heb er met de rode pen kruisjes bij gezet.”

Ik schiet in de lach. Ach, al heeft ze er niet voor doorgeleerd, voor mij is ze een echte schooljuf! Streng en lief…

Foto: 1959

 

Langzaamaan verandert ‘Huis’ in ‘Thuis’

Wonen
Intussen vertoef ik zes weken in mijn nieuwe woning in Beuningen.
Sinds de verhuizing staat nog niet alles op zijn plek. Dat komt wel in orde, net zoals enkele klussen in huis, garage en tuin. Ik kan tenslotte koken, wassen en drogen, lekker slapen in mijn eigen bed, douchen, internetten en tv kijken. Met dat alles ben ik al best tevreden.

Leven en Dood
De weken vliegen voorbij en ik verveel me duidelijk niet. Kijk alleen al naar de afgelopen twee weken, gebeurtenissen waarbij ik van het ene uiterste in het andere viel.
Dat begon vorige week maandag heel verdrietig met het totaal onverwacht afscheid nemen van een dierbare vriend in Dordrecht. In diezelfde week moest ik volop schakelen want erna volgenden vier diners c.q. feesten! Echt bizar…
Afgelopen maandag was er een van afschuw en verbazing over hoe iemand tot zo’n gruwelijke daad kan komen. Heel Nederland leefde mee met Utrecht.

Volle week
Dinsdag stond de fysio gepland, dat kwam goed uit want even ervoor ging ik door mijn linkerknie, zo uit het niets. Tja, dat kan je hebben met fybromyalgie. Op naar mijn vertrouwde fysiotherapeut Toni, want wat een geluk, naast zijn werkzaamheden bij fysiopraktijk Bergen heeft hij ook een eigen praktijk, in Nijmegen, op slechts 7 kilometer afstand van waar ik nu woon.

Woensdag stond in het teken van stemmen op de Provinciale Staten én Waterschap. Ik moest me wel goed inlezen want ik woon nu tenslotte in een andere provincie: Gelderland! Fijn dat er de Stemwijzer is.
Maar voordat ik ‘s morgens de deur uitging om te gaan stemmen, wilde ik nog éénmaal iets nakijken op de computer. Staande las ik enkele standpunten na. Terwijl ik erbij wilde gaan zitten vergat ik dat ik daarvoor de stoel naar achteren had geschoven. Boem! Met een grote plof lag ik languit op de grond. Ik rolde gelijk door en bleef even verdwaasd liggen. Maar ook verbaasd dat ik geen pijn voelde. De nieuwe PVC-vloer, die ik nu van héél dichtbij kon bewonderen, blijkt niet alleen geluiddempend en krasvrij te zijn maar ook een soort van ‘zacht’…

Amsterdam – Margriet
Donderdag, weer een dag later, mocht ik naar Amsterdam voor een fotoshoot. Het resultaat daarvan is binnenkort te bewonderen in magazine ‘Margriet’.
Ik mag voor nu alleen verklappen dat het thema ‘Tegenpolen’ heet, de rest volgt… Het was een mooie en aparte ervaring. Eerst ging de visagiste met me aan de slag (gezicht en kapsel) en daarna de styliste (kleding en schoenen). Vervolgens maakte de fotografe een hele serie foto’s. Nou mensen, ik ben weer een ervaring rijker!

Kaft of Cover?
Op Facebook gaat een bookcover(kaft)challenge rond waarbij iemand zeven dagen achterelkaar een cover/kaft toont van een boek dat hem/haar blij maakt, terug brengt naar vroeger, inspireert en/of motiveert. Schrijfmaatje Rinske is hiervoor uitgedaagd en plaats boeken die ik totaal niet ken, grappig. Eigenlijk is dit ook wel iets voor mij maar de muur waar ik de boekenkasten wil plaatsen is nog leeg, ze moeten nog in elkaar gezet worden. Ik besluit die uitdaging ook aan te gaan maar dan moet ik hem wel verdubbelen: zelf de kasten in elkaar zetten én tijdens het vullen met boeken zeven eruit halen die voor mij belangrijk zijn.

Boekenweek
Ik besef dat het een mooie combinatie is met de Boekenweek. Dit keer met het thema ‘Moeder de vrouw’. Daarbij denk ik meteen aan het boek dat ik nu schrijf over mijn overgrootmoeder Marjanneke en oma Betje. Maar vooral aan de korte verhalen die ik nu samen met mijn moeder schrijf over de maanden vooraf aan Market Garden, van januari 1944 t/m september 1944. Ook te volgen via de facebookpagina: ‘Samen met Betsy naar 75 jaar Market Garden’.

Lupinestraat 24 te Beuningen
En nu staan er vanaf vandaag, zondag, drie kasten in de woonkamer te pronken. Zonder hulp zelf in elkaar gezet. Het blijkt dat je soms meer kan dan dat je denkt. Als ik mijn zus even later aan de telefoon heb vraagt ze “Heb je je zelf wel een schouderklopje gegeven?”
Afijn, ik kijk op dit moment heel tevreden naar die kasten, de eerste dozen met boeken vinden hun bestemming. Het huis begint nu, mét die vertrouwde kasten, meer als mijn ‘thuis’ te voelen. Bij het woordje ‘thuis’ moet ik ineens denken aan de tomtom in de auto. Het wordt hoog tijd dat ik in het navigatiesysteem het thuisadres ga aanpassen. Yes!

Lieve groet,
Anneliese

Maart 1944 Deel 2

Broer Jan
Tussen de soep en de piepers door vertelt broer Jan terloops dat ie gisteren een goede vangst heeft gedaan. Alle ogen zijn meteen op hem gericht.
“Ik was bij de vijver van Piet Maas. Want ik dacht, ondanks de bewolking, dat ik een paar dagen terug iets boven in de lucht had zien hangen. Jullie snappen mij wel.” Hij knipoogt daarbij naar broer Martien.
“En, lag er wat? Heb je weer een buit?” Martien lacht. “Jij hebt er wel oog voor hè!”

Grote vondst
Terwijl moeder en zus Marie het eten op tafel zetten gaat Jan verder.
“Klopt. Net wat ik dacht, het was een Engelse parachutist. Blijkbaar had ie haast, want hij heeft alles achtergelaten. Z’n parachute, maar ook al zijn blikjes met eten. Hij dacht zeker dat er Duitsers in de buurt waren en wilde ie snel weg wezen. Maar dat zal wel niet, want dan was er niks blijven liggen.”
“En nou?” Betsy valt Jan in de rede, want bij het woord parachute gaan bij haar alle bellen rinkelen. “Wat heb je ermee gedaan?”
Jan blij met alle aandacht, vertelt op een spannende toon verder.
“Ik kon er natuurlijk niet meteen op af, dat snappen jullie wel. Maar gisteren heb ik met tussenpozen elke keer wat opgehaald. Eerst langs het weiland op, zogenaamd het gaas controlerend. Toen ik niemand zag kon ik doorlopen naar de vijver. En zo heb ik alles ook mee naar hier toe gebracht. Voorlopig zit alles verstopt in de houtmijten, bij ons achter de boerderij.”

Geen tijd…
“Opscheppen, anders wordt het koud.” Moeder spoort haar kinderen aan maar die vinden dat wat Jan te vertellen heeft op dit moment veel interessanter.
Ze geeft het op en gaat zitten. “Dan moeten jullie het zelf maar weten, het wordt zo wel koud.” Ze schept haar bord vol om hierna zich ook in het gesprek te mengen.
“Die blikjes zijn voor Marie en mij Jan, kijken we zondag wat er in zit. Vorige keer was het allemaal erg lekker.”

Creatief
Betsy’s interesse liggen ergens anders. “Welke kleur heeft de parachute Jan? Mag ik hem weer? Ik wil er jurken van maken. Ik kreeg pas op een werkadres een mooi patroon in handen.”
Slim als ze is kijkt ze moeder aan. “Wat denk je moeder? Iets voor ons Corry, zij wil heel graag een nieuwe jurk voor Pasen.”
“Goed idee Betsy. En allemaal eten nou, anders haal ik zo de pannen van tafel.”
Jan kan nu geen nee meer zeggen. Met wat geroezemoes schept iedereen nu de borden vol en even later klinkt er alleen nog het tikkend geluid van de vorken op de borden. Na het eten stelt Marie, terwijl ze de afwas wegwerken, voor dat zij het ijzersterke garen van de parachute verzameld.
Voor het naar bed gaan vraagt moeder aan Jan waar de parachutisten ondergedoken zitten. “Als ik een mand vul met eten zorg jij wel dat het daar terecht komt. Zie, van het spek dat hier in de schouw hangt kan ik best een stuk missen.” Voor wat hoort wat tenslotte.

Met de goede patronen…
Betsy heeft de afgelopen jaren van de zowel witte als lichtblauwe parachutes die Jan heeft binnengehaald al diverse soorten kleding gemaakt. Van ondergoed, hemdjes en onderjurken tot bruidsjurken. Van de lichtblauwe naait ze enkel blouses en jurken.

Gezellig
Zaterdags is het poetsdag, wie op dat moment thuis is weet wat er van hem/haar wordt verwacht. Betsy hoeft echter nooit te poetsen, voor haar wacht een stapel verstelwerk, van eigen familie. En soms mag ze iets nieuws naaien. Haar handnaaimachine krijgt dan een prominente plek op de keukentafel. Met iedereen om haar heen aan het werk én met de zoete inval op zaterdagmorgen hoort ze alle laatste nieuwtjes en zingt ze samen met haar zussen mee als die een lied inzetten. Afijn, ze zit op de gezelligste plek van het hele huis, je hoort Betsy echt niet klagen.

Bidden, breien en haken
Zondags hoeft Betsy, buiten de Hoogmis en het Lof om, niet de deur uit. Door de oorlog liggen helaas alle leuke activiteiten op zondagmorgen stil. Geen KJM, geen korfballen en ook geen zingen bij de Grot van Maria bij de nonnen. Daarvoor in de plaats zit ze nu met haar zussen met handwerk om de tafel. Dina kan als beste haken. Van het parachutegaren, bestaande uit 7 draden die door de zussen Marie – Dora en Annie eerst uit elkaar zijn gedraaid, haakt Dina o.a. randjes aan borstrokken en gebreide pannenlappen. Die laatsten krijgen van Betsy, naast het randje ook een gehaakt roosje erop geborduurd. Zo hangen op het einde van de dag uiteindelijk een hele serie achter de grote kachelpijp van het fornuis. Indien nodig dienen ze als ruilmateriaal. Moeder is daar heel handig in.

Rikie
In deze maand, en wel op 15 maart 1944, gebeurt er nog iets heel speciaals, de geboorte van het eerste kleinkind in huize van der Heijden, Rikie. Dochtertje van haar één na oudste broer, Joep.
Door deze familieuitbreiding heeft iedereen er ineens een titel bij. Zo heet moeder vanaf nu óók oma, Betsy tante en… De hele familie moet hier wel even aan wennen.

De ‘kladjes’
Betsy, heeft naast haar werk waar ze veel plezier in heeft, nog een heimelijke hobby: schrijven. Dat doet ze op elk denkbaar papiertje wat in haar handen komt. Door haar werk hoort en ziet ze, vooral in deze oorlogsjaren, dingen die niet voor haar bestemd zijn. Soms weet Betsy niet wat ze hiermee aan moet. Dan schrijft ze het van zich af. Maar ook de grappige en leuke gebeurtenissen worden neergekrabbeld. Al die aantekeningen verdwijnen dan in een kistje dat verscholen onder haar bed staat. Zo ook het verhaal dat ze nu, met haar 17 jaren jong, tante is van Rikie.

‘Haute couture’ tijdens de oorlog
Het is zaterdag 25 maart, vandaag gaat Betsy van de gevonden parachutestof de jurk voor haar zus Corry maken, helemaal volgens de nieuwe mode. Over de stoelleuning hangt een oudere jurk voor de maat. De geknipte lappen stof legt ze op de keukentafel zo neer dat ze die aan elkaar kan rijgen. Betsy heeft er schik in. Maar ze moet wel haast maken want over 2 weken, om precies te zijn 9 april, is het al Pasen. Dan wil ze haar zus Corry laten pronken in haar nieuwe jurk.
Beloofd is beloofd.

De eerste storm-ervaring in mijn nieuwe woning

Terwijl ik achter de computer aan de keukentafel zit, raast de wind om het huis heen. Herstel, om mijn hálve huis heen, ik woon nu tenslotte in een twee-onder-een-kap. Kleine tuin voor, een grotere (voor nu nog) betegelde tuin achter. Er kan niks gebeuren.
Dit behoort mij een gerust gevoel te geven. Hele zorgen die ineens halve zorgen zijn. Maar heel gek, dat is niet zo.

21 jaar wonen op het platteland, in een 100-jaar oude boerderij, op een open groot terrein, buiten het dorp, laten diepe indrukken achter. De stormen daar zal ik nooit vergeten, het veilig op Theo’s schoot kruipen, afwachtend tot die wind ging liggen. Van te voren buiten alles wel goed vast gezet hebbend. Na zo’n storm liepen we daarna angstig naar buiten, bang voor wat we aan zouden treffen. Vaak verbaasd over dat alles nog intact was, soms verdrietig als één van de oude bomen het niet had overleefd.
Heel kort nadat ik er alleen voor kwam te staan, ik denk zo’n vier weken later, werd ik meteen op de proef gesteld. Heftige onweersbuien met harde windstoten trokken over de boerderij en, als een soort kers op de taart, een middelzware aardbeving met als epicentrum Goch, 8 kilometer verderop in Duitsland. 4,5 op de schaal van Richter. Ik kon nu geen steun zoeken bij Theo maar doorstond alles. Het overlevingsmechanisme in mij was vanaf dat moment voor altijd ingesteld op ‘AAN’.
De boerderij, die na dit alles nog immer fier rechtop stond noemde ik dan ook liefkozend mijn ‘Grande Dame’. Mijn vertrouwen in haar was groot.

Maar goed, daar woon ik niet meer. Echter het woongevoel van aldaar zit nog steeds in mijn bloed.
Met de harde windstoten beukend op dat ‘halve huis’ gaan mijn gedachten uit naar DAAR. Om de boerderij maak ik me niet druk, misschien dat een cosmetische ondersteuning later nodig is met een nieuwe dakpan. Alleen, hebben ze alles wat los staat naar binnen gehaald of op een windvrije plek gezet? En staan er geen ramen open? Gaat alles goed met de grote kas?

Je merkt het, het stormt in Beuningen, het stormt in Siebengewald, het stormt in mijn hoofd.