Featured

Hoe zit het met jullie zelfdiscipline?

Net als jij en jij en jij ben ik een aantal corona-kilo’s rijker. Dat voel ik aan mijn broeken die ik de laatste tijd regelmatig op de ‘vreethaak’ zet… Dat was vorig jaar in april ook het geval. Ik besloot daarop vijf kilo af te vallen. De stok achter de deur toen was de boekpresentatie van ‘Marjanneke, stoer wijf’ afgelopen november. Ik paste mijn eetgedrag aan en verplichtte mij tot een dagelijkse wandeling. Zo rond vier uur in de middag, als ik mijn klusjes van de dag had afgevinkt. So far so good. Ik was dan ook trots als een pauw bij het bereiken van dat doel.

Welgeteld 2 maanden heb ik het streefgewicht volgehouden. ☹ Langzaam klampten de onsjes vet zich weer vast rondom middel, heupen en bovenbenen. De winterse stamppotjes waren té lekker. Plus, omdat de drive weg was, ging ik niet meer zo vaak wandelen. Een excuus had ik snel paraat, zoals te druk met lezingen geven, het gaat straks regenen, straks heb ik een interview, ik voel me niet zo lekker, et cetera et cetera…  Ik denk dat jij er ook wel een paar aan toe kan voegen!

Omdat mijn kleding steeds strakker gaat zitten, haal ik de weegschaal tevoorschijn. Dat is schrikken, die 5 kilo’s zitten er gewoon weer aan verdikkeme. Hoog tijd dus om in te grijpen. Wandelen zal ik, en koolhydraten vermijden!

Als ik ‘s middags, zoals ik altijd gewend ben, de deur uitloop volg ik meestal dezelfde route. Eerst slinger ik mij door de woonwijk, steek dan over naar de vijvers en loop via de kerk weer terug naar huis. Een beetje saai, oké, maar stevig doorstappend is dat precies de afstand die mij past.

Sinds een paar dagen heb ik een start gemaakt met een ochtendwandeling. Vanuit bed hup in mijn sportkleding, wandelschoenen aan en vooruit met die banaan (letterlijk én figuurlijk). Nu moet ik het alleen wel volhouden! Je moet weten, zelfdiscipline is niet mijn sterkste kant.

Maar ik kan je dit zeggen, ’s morgens wandelen is een totaal andere beleving. De stilte, de geuren, de frisheid, de vogels. En tot mijn verrassing hoor ik nu ook het gekwaak van kikkers. Yes! Jongens, wat heb ik jullie gemist. 20 jaar lang werd ik op mijn vorig woonadres vanuit de grote vijver vereerd met het mooiste kwaakconcert van de hele wereld. En terwijl ik doorloop naar de volgende vijver hoor ik iets spartelen in het water. Nieuwsgierig loop ik naar de rand en kijk voorzichtig over het riet naar wat daar in het water gebeurt. Ook hier maakt mijn hart een vreugdesprongetje. Ik zie een speelse witte koi-karper die langs de oever opzwemt en om de meter even naar boven komt, met staart en vinnen op het water klapt, en dan weer onderduikt. Gefascineerd volg ik zijn rondje tot ie tot rust gekomen naar het midden van de vijver zwemt. Gelijktijdig zie ik me in gedachten op de steiger bij onze vijver zitten. Terwijl ik stukjes brood in het water gooi, tuimelen de koi-karpers over elkaar heen en hoor ik weer dat spetterend geluid.

Mijn telefoon piept, het loopprogramma vraagt wat ik ga doen, stoppen of …?
Ik zucht diep en gooi het gevoel van melancholie, dat als een deken over me heen lag, van me af. Ik glimlach en zachtjes mompel ik: “Dankjewel, dit had ik net nodig, jullie zijn net dat steuntje in de rug voor mij om vroeg het bed uit te komen. Tot morgen!” Ik loop door, met een hoofd vol kikkers en karpers en herinneringen.

Thuis aangekomen inspecteer ik de koelkast, de foute (lekkere) koolhydraatrijke etenswaren moeten eruit. Alleen, eten weggooien kan ik niet. Daarom sta ik voor een dilemma, want wat doe ik nu met dat overheerlijke kleine toffee-tompoesje… Ach, die ene moet nog kunnen, toch?! Met zelfdiscipline start ik morgen! En jullie?

Featured

Brieven aan mam

Zondag 22 maart 2020

Ha mam,
De afgelopen dagen/weken denk ik heel vaak aan jou. Nu zit jij altijd al veel in mijn gedachten, maar op dit moment nóg meer dan anders. Jou missen is er dan ook niet minder op geworden. Vooral onze telefoontjes, onze gesprekken over jouw ergernissen, over het schrijven, over jouw leven, jouw voorouders, over van alles en nog wat…

Waarom dit meer is dan eerst is misschien geen verrassing nu de wereld in brand staat. Het corona-virus grijpt op een beangstigende manier om ons heen. En daarbij moet ik steeds aan jou denken. Want hoe zou jij daar mee om zijn gegaan? Jij, als zieke oudere, 92 jaar oud en nog steeds zelfstandig wonend in Brabant. De provincie die het zwaarst getroffen is. En dan ook nog in Schaijk, onderdeel van de gemeente Landerd (samen met Uden en Boekel, volgens de statistieken, de brandhaard van het coronavirus).

Elke dag kreeg jij de hoognodige zorg van Thuiszorg. Lieve dames die ook bij vele andere kwetsbare ouderen over de vloer kwamen. Het onzichtbare coronavirus dat overal rondwaart had via hen zo makkelijk mee kunnen liften. Een scenario dat niet ondenkbaar is. De vraag daarbij was dan ook niet óf jij besmet zou raken, maar eerder wannéér! En dan hoor ik je in mijn gedachten al zeggen ‘ach, ik gebruik zoveel medicijnen, ik krijg dat virus niet’. Nou mam, die hadden nu niks voor jou kunnen betekenen. Jij had dan duidelijk in de gevarenhoek gezeten.

Sinds vorige week zijn de instructies ‘hoe gaan we om met het coronavirus in Nederland’ enorm opgeschaald. Het is een pandemie. En jij mam, jij zou in de frontlinie staan van deze corona-oorlog. Om de redenen die ik net al noemde.

Het zou ons nu zelfs verboden worden om nog bij jou op bezoek te gaan! Iets wat wij uit alle macht wel zouden proberen te doen…
Maar het gegeven wat me nu het meeste aangrijpt, is dat wie nu besmet raakt door het virus, het ziekteproces alleen zal moeten aangaan en naar alle waarschijnlijkheid zonder familieleden om zich heen eraan zal overlijden.

En dan denk ik terug aan hoe wij vorig jaar afscheid van jou mochten nemen. De dagen dat je nog thuis was op jouw vertrouwde stek. Hoe wij jou met velen naar jouw laatste rustplaats, naast ons pap, hebben gedragen.
Dat alles wordt nu de nabestaanden ontnomen. Met maximaal slechts 30 personen, met allen op gepaste afstand. Mensen die steun bij elkaar willen zoeken maar elkaar niet aan mogen raken, geen knuffels.

Mam, wat ik nu ga zeggen, klinkt misschien raar en hard, maar ergens ben ik blij dat jou dit alles als zieke oudere bespaard is gebleven. En ons. Hoe graag ook ik jou nog steeds naast ons in ons leven had gehad….

Dag mam, doe je daarboven de groeten aan allen die we missen? Tot een volgend schrijven!

Featured

Er was eens … (130 jaar geleden)

We noemen haar Elisabeth, Betje de Kleijn

27 oktober 1887 wordt in Dordrecht een meisje geboren, Elisabeth, dochter van Marjanneke en Joost de Kleijn-Klaassen. Zusje van Kee, Tinus en Dorus. Kind van een Oost-Brabants gezin dat in 1884 vanuit Schaijk naar Dordrecht verhuist. Op dat moment, eind 19e eeuw, is in Nederland de Industriële Revolutie op volle gang. Veel mensen vertrekken van het platteland naar de grote steden, om de armoede te ontvluchten, op zoek naar werk. Zo ook zij.

Wat is er nu zo bijzonder aan hen hoor ik jullie vragen. Nou, het zijn mijn overgrootouders. En dat meisje is mijn oma, roepnaam Betje.

Mooie stad Dordrecht

Altijd als de stad Dordrecht vernoemd wordt moet ik aan hen denken. Ik reageer ook altijd heel enthousiast met: ‘Mooie stad hè. Weet je dat mijn oma daar is geboren? Ze heeft er samen met haar ouders in horecabedrijven gewoond en gewerkt, eigenlijk net zoals ik dat nu doe. En, en …’ Tja, dan val ik stil, want meer weet ik niet.

Het zal een jaar geleden zijn dat ik met vriendinnen in een restaurant in Venlo zit. Eén van hen heeft Dordrecht bezocht. En ja, meteen herhaal ik weer datzelfde riedeltje. Op de terugweg naar huis bedenk ik dat dit maar eens moet ophouden, dat ik hier meer over wil weten. Het zijn verdikkeme mijn voorouders, het is mijn eigen geschiedenis. Achter het stuur van de auto besluit ik dan ook dat ik op onderzoek ga en ook dat ik er een boek over ga schrijven. Het is nu een jaar na het uitbrengen van mijn eerste boek en het kriebelt: ik wil weer schrijven, maar niet over rouw. Over mijn overgrootouders, mooi!

Op naar mijn moeder

Mijn moeder, net 91 jaar geworden, is mijn eerste aanspreekpunt. Wat kan zij mij nog vertellen over het leven van haar moeder, oma, opa, tante en ooms in Dordrecht? Ik weet dat zij 35 jaar geleden hier ook eens onderzoek in diverse archieven naar heeft gedaan. Dat relaas staat in één van haar drie boeken over de geschiedenis van onze families. In die tijd vond ik dat niet zo interessant. Maar ja, je wordt ouder en tijden veranderen …

Met pen en papier zit ik bij haar op de bank in de aanslag, laat maar horen mam. Haar boeken hebben we al doorgenomen, maar er staat over die 15 jaar in Dordrecht niet veel in. Ik hoop nu op overleveringsverhalen maar ook dat resultaat valt jammer genoeg tegen. Mijn oma, haar moeder, was erg jong, pas elf jaar, toen ze Dordrecht verliet, haar herinneringen die ze al heeft doorverteld zijn erg summier. Ach, in die tijd liet men het verleden vaak rusten, men keek vooruit. En oma had het erg druk met het runnen van haar grote gezin na het vroege overlijden opa. En buiten dat, ze was ook niet zo’n prater. Mijn moeder is het tiende kind in de lange rij van dertien. Haar oudste zus Marie, nummer één, had hier zeker meer over kunnen vertellen. ‘Maar’ zegt mam dan; ‘daarvoor moeten we naar de hemel’.

Archief in, archief uit

Mijn overgrootouders zijn dus eind 19e eeuw naar Dordrecht vertrokken. ‘Waarom precies, wie waren ze, en hoe verdienden ze daar de kost?’ Steeds meer vragen borrelen in me op. Antwoorden wil ik, en om die te vinden ga ik de hort op. Zo kom ik terecht bij het Regionaal Archief van Dordrecht. Zoeken naar mijn Dordtse roots: op zoek naar Joost de Kleijn en Marjanneke Klaassen, op zoek naar het leven van mijn overgrootouders in, voor toen zeker, het verre Dordrecht.

In die tijd ging je niet zomaar van A naar B. Er waren nog geen auto’s, er reed een enkele trein. Trekschuiten, stoomboten en paard met wagen waren toen de gangbare vervoersmogelijkheden. En je kon natuurlijk ook te voet gaan. De afstanden werden in die tijd ook aangegeven met: zoveel uur gaans. Ofwel, zoveel uur te lopen. Bij mij rijst dan direct de vraag op: hoe hebben zij die honderd kilometer overbrugd?

Hotel – Café – Koken – Recepten

Al zoekend in de archieven kom ik boterhandelaar Albers uit Grave tegen die in 1883 zijn boter/margarinefabriek verplaatst naar Dordrecht. Joost krijgt daar werk, al één jaar eerder voor ze definitief verhuizen. Van daaruit probeert hij de grote overtocht te regelen, een woning te vinden en een school voor zijn kinderen. Het blijkt dat het gezin de Kleijn op diverse adressen in Dordt heeft gewoond. Als eerste kom ik de Sluisweg tegen, en vervolgens het Geldelooze Pad, de Wijnstraat (Het Burgerhotel), de Cornelis de Wittstraat (Café de Ruwaard van Putten) en als laatste de Nieuwstraat. Hoe meer ik door mijn onderzoek te weten kom, hoe meer respect ik voor ze krijg. Een heel nieuw leven opbouwen in een voor hen onbekende stad, zoveel onzekerheid. Ze hadden wel lef! Ik krijg ook gaandeweg steeds meer een band met Marjanneke, mijn overgrootmoeder. Al is het alleen al door alle lekkere recepten!

Het boek komt eraan!

Zo heb ik bijna hun hele tijdlijn kunnen ontrafelen, al hun voetstappen. (En ik denken dat zoiets alleen maar bij beroemde mensen kan.) Ik ga de 15 jaar die mijn overgrootouders en hun kinderen in Dordrecht doorbrachten, met woorden weer tot leven te brengen. Daarvoor ga ik nu hard aan het werk, samen met een schrijfcoach die me ondersteunt en me achter mijn vodden aan gaat zitten. Mijn streven is om volgend jaar april-juni het boek te presenteren. Maar ik moet nog veel research doen. De werktitel voor nu is: ‘Marjanneke, een stoer wijf’ , maar die kan nog wel tig keer veranderen…

Via mijn website (www.hetweckparadijs.nl/blog) en facebookpagina’s (Anneliese Vonk / Het Weckparadijs – De Bourgondische Hoeve / Marjanneke, een stoer wijf) kan je zien hoe het boek zich ontwikkelt.

Gisteren, 27 oktober 2017, was de 130e geboortedag van mijn oma, een goede reden om even bij stil te staan.

Theo’s Rozenboompje

Ik ben blij verrast te zien hoe snel het rozenboompje zich hier aan de Beuningse klei heeft aangepast. Voorheen stond ie namelijk in zandgrond, gemengd met een vleugje leem. Dat was in Siebengewald. Pas afgelopen herfst heb ik hem verplaatst naar hier.

Dit rozenboompje is mij heel dierbaar. Ik heb het gekregen van lieve mensen uit Broekhuizen waarmee we een culinaire en muzikale klik hadden. We kenden elkaar helaas nog niet zo lang toen Theo ziek werd en kort daarna overleed. Bij zijn afscheid gaven zij mij dit rozenboompje, de naam van het ras wat zo prachtig klonk, ben ik helaas vergeten. Het was vanaf dat moment ‘Theo’s rozenboompje’. Het kreeg een mooi plekje in de kruidentuin, vanwaar het tevens een weids uitzicht over de boomgaard had. Op zijn tijd kreeg ie een knipbeurt en elke winter een jasje aan tegen de vorst.

En toen ging ik verhuizen, in de winter. Eerst naar een vakantiepark en een paar maanden later naar mijn huidige huis. Op dat moment was het meenemen van het rozenboompje uit den boze. Maar ik wist dat ik het boompje in goede handen achterliet. Pas in het volgend najaar ging ie achter in de auto met me mee en kreeg het rozenboompje een mooi plekje in mijn achtertuin. In de hoop dat diens wortels hier goed zouden aarden.

Die wens is uitgekomen, want moet je nu eens zien, al die knoppen en bloemen! Met een big smile steek ik elke dag even mijn neus in een van die heerlijk geurende rozen. En dan besef ik met een diepe zucht dat ook Theo, net als ik, zich hier thuis voelt. Gelukkig …

Moederdagplantjes…

Ha Mam,

Het is hoogtijd om jou weer eens een brief te schrijven, het is tenslotte Moederdag, de eerste zonder jou. Raar hoor… En al ben je niet meer in levenden lijve onder ons, mijn gedachten gaan op zo’n dag natuurlijk meteen richting jou.
In de jaren dat Theo en ik onze restaurants hadden, kwam het er vaak niet van om jou op deze dag te bezoeken. Maar de laatste jaren had ik gelukkig meer tijd voor jou.

Buiten de nuttige cadeaus om, zoals het koffiezetapparaat vorig jaar, wilde je altijd heel graag planten. Dan vulden we met z’n allen ijverig alle bloembakken en potten die er maar bij jou te vinden waren. Kleurrijke en vrolijke planten sierden even later de schutting achter en de bakken op het steigertje voor het huis. Jij blij, wij blij, heerlijk!

Twee weken terug ging ik met een tas vol jammetjes erop uit. Ik voelde me een soort geheim agent die iets stiekems ging doen. Het is tenslotte coronatijd. Maar ja, iemand wilde dolgraag mijn stoofperenjam kopen, puur om zichzelf te verwennen. Het was best leuk om te zien hoe we dat deden, mam. We troffen elkaar op een verlaten parkeerterrein bij een vanwege corona gesloten wegrestaurant. Daar plaatste ik de gevulde tas op het trottoir en liep vervolgens weer terug naar de auto. Hierna werd de tas opgepakt en ingeruild voor een envelopje. Waarna ook zij een aantal stappen terugzette, we bleven de 1,5 meter afstand aanhouden.
Ja mam, zo ging dat echt. En ach, misschien zeg ik nu niks nieuws en zie jij van bovenaf wat hier beneden allemaal gebeurt. Wellicht houd jij een oogje in het zeil, wie zal het zeggen…

Maar goed, omdat ik toch dicht bij jou en pap in de buurt was, had ik gelijk maar een paar plantjes gekocht. Die heb ik daarna samen met Corry, ook nu weer met gepaste afstand, bij jullie gepoot. Het was mooi weer, het zonnetje scheen. En terwijl we met een gieter de overtollige grond van jullie grafsteen wegspoelden, hoorden we ineens Latijnse Liturgie. Zonder dat we het in de gaten hadden, was er een begrafenis gaande. We schrokken en voelden direct het verdriet van de mensen iets verder op. Met pijn in ons hart telden we de hoofden die boven de hagen uitstaken. Slechts zes, inclusief Gijs die ook jouw begrafenis heeft verzorgd. Wat een verschil van toen en nu. Och mam, wat is er in die zeven maanden tijd veel veranderd, niet normaal.

Het is dit jaar ook raar stil op onze telefoons wat betreft Moederdag, geen appjes over wat we jou met deze dag zullen geven of wie de planten koopt. Nee, gisteren ging het over mondkapjes. Ik ken namelijk iemand die ze zelf maakt. De vraag die ons nu bezig hield was dan ook hoeveel we zouden bestellen.

Maar denkend aan jou mam, heb ik dit jaar volop planten gekocht. Mijn tuin ziet er ineens een stuk vrolijker uit. Zo heb ik bakken gevuld met geraniums die schutting en balkon opfleuren. Ook aan het tuinhuisje hangen vrolijke plantjes. En dat alles door en ter ere van jou. Ik ga ze zo water geven, de gieter staat al klaar. Want zeg nou zelf, wat is een Moederdag zonder planten?

‘Nieuwe boek in wording’

Het boek waar ik nu aan schrijf, gaat over een jong echtpaar dat in 1956 emigreert naar Australië. Hun avonturen van toen spraken mij tijdens een gesprek zo aan, dat ik het een boek waardig vind.
Om jullie op de hoogte te brengen van hoe de stand van zaken tot nu toe is, heb ik daar een vlog over gemaakt. Het reslutaat hiervan zie je als je op onderstaand filmpje klikt. Tot een volgende keer!

De huwelijksnacht

Voor wie nu een ‘rooie oortjes-verhaal’ verwacht, helaas pindakaas. Het is wel een leuk verhaal, dus blijf lezen. Misschien is de situatie zelfs wel herkenbaar!

Door alle herinneringen die naar boven kwamen naar aanleiding van onze trouwdag van 40 jaar geleden, gingen mijn gedachten automatisch ook terug naar de huwelijksnacht. Eén die anders verliep dan Theo in gedachten had…

De feestavond was ten einde, een grandioze dag was eraan vooraf gegaan. Een dag die bij mij thuis begon. Waar Theo mij, opgedoft, kwam ophalen. Samen met zijn broers Kees en Jan. Kees als chauffeur, van zijn eigen mooie oude bolide. En Jan als de cameraman, hij legde alles op 8 mm film vast, zo eentje zonder geluid.
Voordat de pastoor in Reek ons in het echt verbond, stonden we eerst tijdens de fotosessie bij Theo thuis te vernikkelen van de kou. Daarna mochten we allen aanschuiven voor een overheerlijk diner in Netje’s Hof te Schaijk. Het restaurant waar alles ooit eens begon. Verliefd, verloofd en uiteindelijk dan ook getrouwd. De receptie hierna werd druk bezocht met aansluitend een knalfeest. In de vele sketches werden we ‘en plein public’ even lekker te kakken gezet. We zongen mee met de door familie en vrienden in elkaar gezette liedjes. En na uren dansen op de muziek van een goede band, was het tegen 2 uur ’s nachts dan ook echt, echt afgelopen…
Mijn moeder stopte me nog, voor zij met pap naar huis ging, de sleutel van ons gloednieuwe huis in mijn handen. Omdat ik bang was dat anderen ons huis op z’n kop zouden zetten, had ik haar onze voordeursleutel toevertrouwd. We hadden nu eenmaal geen zin in een huis vol pingpongballetjes, of een trap vol bekertjes water, of een huis vol ballonnen gevuld met confetti! In huis zaten de andere sleutels weer verstopt in de oude pepermolen. Dus wie er toen naar op zoek is geweest: lekker puh!

Afijn, eenmaal thuis liepen we doodvermoeid gelijk door naar boven waar Theo nog een flinke klus wachtte: het losmaken van de vele vele friemelknoopjes op de rug van mijn bruidsjurk. Daarna liep hij weer naar beneden want hij had nog een verrassing in petto: champagne met toastjes kaviaar, voor boven in bed.
Na wat gerammel beneden, vroeg Theo onder aan de trap: ‘Anneliese, waar kan ik de blikopener vinden?’
Oeps, het hele huis was compleet, maar die was ik dus vergeten. ‘Ik probeer wel iets anders’, mompelde Theo. Vervolgens hoorde ik nadat het beneden even stil bleef een paar GVD’s. Met een bebloede hand stond hij even later naast het bed. ‘Euh, schat? Hebben we toevallig wel pleisters in huis?’
Hij had geprobeerd met een schroevendraaier het blikje kaviaar te openen… En zo wilde het dat de huwelijksnacht ineens heel anders dan gepland verliep. Het blikje kaviaar bleef dicht, zo ook de fles champagne. Uitgeteld doken we het bed in.
Natuurlijk kreeg Theo nog wel, voordat we als een blok in slaap vielen, een kusje op zijn zere, met pleister versierde, duim!

Au! Haastige spoed is …

‘Wat doe je morgen?’
Deze vraag overvalt me. ‘Euh, thuisblijven natuurlijk.’
Ik heb mijn zus aan de telefoon en we bespreken de dagelijkse, vooral saaie, gebeurtenissen.
‘Juist, wat zou je ervan vinden als wij morgen langskomen? Gewoon op veilige afstand van elkaar.’
Ik kan even geen woord uitbrengen. De tranen die spontaan mijn ogen vullen, probeer ik met alle macht binnenboord te houden.
‘Echt? Serieus?! Tjee, morgen…’ Ik val weer stil. Slik.
‘Ja, wij willen niet dat jij op die speciale dag alleen thuis zit. Vooral niet omdat het dan 40 jaar geleden is dat jij en Theo trouwden!’
‘Super zus, dat vind ik héél mooi!’

Na het gesprek laat ik alles even bezinken. Ik besluit direct het tuinstel een sopje te geven. Want op afstand zitten kan het beste in de tuin.
Nu is poetsen niet mijn hobby, het voelt voor mij meer als een noodzakelijk kwaad. Het is ook zo oneerlijk, wat je vandaag schoonmaakt is over een paar dagen alweer bedekt met een laagje stof.

De tuin is aan kant. Maar wat als het morgen het weer tegenvalt? Terwijl ik in rondkijk in mijn woonkamer, probeer ik dat te bezien door de ogen van mijn zus. Eindconclusie: hier is een bom ontploft.
Ik maak meteen een lijstje van wat ik beslist móet doen. Dat geeft mij duidelijkheid en rust. Ik besluit eerst mijn artikel af te schrijven, het emmertje met sop maak ik daarna wel.

Ik verlies me in het schrijven en schrik als ik op de klok kijk. Gehaast vul ik de emmer om vervolgens de boel te stoffen en te soppen.
Het gaat helemaal goed totdat …
Terwijl ik het porseleinen koetje mét koksmuts afneem, stoot ik per ongeluk tegen de vaas ernaast. Met in mijn rechterhand de poetslap, probeer ik met mijn andere hand de vaas te redden. In volle snelheid raakt mijn middelvinger de fauteuil.
‘Au, au!’ Met een van pijn vertrokken gezicht flitsen mijn ogen van vaas naar hand en van hand naar vaas en zie dat de vaas gelukkig weer stil staat. De poetsronde is voor mij bij deze afgelopen en ruim alles op.
Bij het opnemen van de schade zie ik een zwelling opkomen. De knokkel, ofwel het middenhandsbeentje blijkt gekneusd.

De volgende dag schijnt de zon en zitten we lekker buiten. Niemand die ziet hoe schoon het binnen is …

Wat vindt hij leuk?

We hadden net een krappe drie weken verkering toen Theo jarig was. Hij gaf een feestje waar ik natuurlijk ook voor was uitgenodigd. De vuurdoop van het ontmoeten van zijn familie had ik gelukkig al achter de rug.
Ik was pas 17 jaar en ging doordeweeks nog naar school. In het weekend mocht ik van mijn ouders één avond uit, zo ging dat toen.

Nu was het kopen van een ‘cadeau op maat’ best moeilijk omdat we nog in de fase van elkaar ontdekken zaten. Wat voor smaak had hij? Wat vond hij mooi? Ik wist het niet. Omdat ik niet met lege handen aan kon komen, vroeg ik aan zijn familie om raad. ‘Muziek’ was hun advies, ‘een lp van bijvoorbeeld Roy Orbinson’. Van die muzikant had ik nog nooit gehoord. Maar in de muziekwinkel in Oss wisten ze daar wel raad mee. Weer thuis liet ik mijn aankoop zien.
‘En, heb je hem eerst beluisterd?’
‘Nou, euh … ikke …’ Met het schaamrood op de kaken moest ik bekennen dat ik dat niet had gedaan. Ik had, nadat ik die lp in mijn handen kreeg gedrukt, gelijk afgerekend, blij dat ik was geslaagd.
‘Moet je dat niet eerst doen? Dan kan je er over meepraten.’ Die opmerking was niet verkeerd.

Ik haalde mijn pick-up voor de dag, legde de lp erop, stelde het goede toerental in en haalde de arm van de pick-up omhoog en naar me toe. Na de klik duwde ik die weer naar voren en plaatste de naald voorzichtig in de eerste groef.
Na het horen van het eerste nummer was ik verkocht. Deze muziek smaakte naar meer.

Toen hij een dag later mij met zijn auto ophaalde voor het feest, gaf ik hem schuchter mijn cadeau, in de hoop dat hij hem nog niet had. Gelukkig was de lp een schot in de roos.

Later hebben we tijdens onze vele autoritjes menig cassettebandje beluisterd, waarop in zijn handschrift stond geschreven ‘Goud van Oud’. Er ging voor mij qua muziek een totaal nieuwe wereld open.

En nu, nu hij er niet meer is geniet ik volop van zijn/onze muziek als die op de radio voorbijkomt. Buddy Holly, Peter and Gordon, Gerry & The Pacemakers, noem ze allen maar op. Als ik hun nummers hoor, zwijmel ik lekker weg. Vooral bij ‘Oh Pretty Woman’ van Roy Orbinson…

Mijn herinnering aan Louis van Dijk

Ik hoorde op het nieuws dat Louis van Dijk is overleden. Hij was een begenadigd pianist. Op tv zag ik hem regelmatig met de Gevleugelde Vrienden voorbijkomen. En één keer heb ik hem in levenden lijve mogen ontmoeten.

Louis van Dijk had een grote liefde voor Jazzmuziek. En hierdoor was hij als artiest uitgenodigd om deel te nemen aan het Jazzfestival in Wijchen. Dat vond ieder jaar in september plaats in het kasteel en de kasteeltuin, recht tegenover ons restaurant ’t Wichlant.

Ik was bij mijn ouders in Schaijk op bezoek geweest en parkeerde mijn auto op de oprit bij ons restaurant. De mand vol sappige rood-geaderde perziken, één uur daarvoor pas geplukt, pakte ik voorzichtig van de achterbank. Op dat moment zag ik bij de voordeur een man staan. Voorovergebogen bestudeerde hij de menukaart die daar hing. Toen hij opkeek zag ik dat het Louis van Dijk was.
“Zo mevrouw, die perziken zien er mooi uit! Voor het menu van vanavond?”
Blozend mompelde ik “Jazeker”. Hierna hervatte ik me. “Komt u vanavond optreden?”
“Klopt, maar pas om half negen hoor. Daarvoor wil ik graag een lekker hapje eten. Vertel eens, is er voor mij vanavond nog een tafeltje vrij? Waar ik een beetje rustig kan zitten?”

“Oeps, vanavond zijn alle tafels in het restaurant al besproken. Maar, als u het niet ongezellig vindt, kan ik u wel een tafel aanbieden in de serre. Doch dan zit u wel alleen.”
“Oh, dat is geen probleem, dan ben ik er om zes uur. Ik heb nu al zin in de ganzenlever en die heerlijke perziken. Tot straks.”
Nog een beetje onder de indruk van deze ontmoeting, licht ik Theo in. Die was in de keuken al druk bezig met de voorbereidingen.

Louis was een levensgenieter die van heerlijk eten én een goed glas wijn hield. Die avond genoot hij in de serre uitbundig van beiden. Terwijl de dames in de bediening het restaurant vóór goed in de gaten hielden, bekommerde ik mij over Louis. Ik weet echt niet meer waarover onze gesprekken gingen, maar rond acht uur ging een heel voldaan mens, met een vrolijke tred, de deur uit. Ik hoorde later dat zijn optreden formidabel was. Fijn dat wij voor zijn gemoed een steentje aan mochten bijdragen.

Ook Louis van Dijk heeft het aardse leven verlaten. De hemel is weer een levensgenieter rijker…

Zááálig Pasen, mam

Ha mam,

Vandaag is het 1e Paasdag, een mooie dag om jou weer eens een brief te schrijven. Ik ben namelijk heel benieuwd naar hoe met jou gaat, daarboven in de hemel? Krijg jij iets mee van wat hier beneden gebeurt? Het zou mooi zijn van wel, gewoon om met jou over alles wat me bezighoudt te kunnen praten. Maar ergens hoop ik het ook van niet. Want jou kennende zou jij je ontzettend veel zorgen maken over jouw gezin vanwege het enge nare onzichtbare coronavirus, dat ergens rondom ons rondwaart…

Toen ik vanmorgen in de badkamer stond en me afvroeg wat ik zou aantrekken, moest ik denken aan vroeger. Altijd kregen wij met Pasen nieuwe kleren aan. Op zijn Paasbest gingen we dan allen naar de kerk. Regen, zonneschijn, koud of warm. Dat maakte allemaal niks uit, het was voorjaar, tijd voor zomerse kleding. Wat een feest was dat altijd! Nu heb ik, om dat in ere te houden, zojuist een nieuw truitje en pantalon aangetrokken. Ik had beide nog net voor de corona-uitbraak gescoord. Helemaal in jouw kleuren mam: blauw!

Ik zet even een paar stappen in de tijd en denk aan de Paaszondagen dat ik (getrouwd) jou ’s morgens belde om je een Zalig Pasen te wensen. Op die dagen had ik, omdat Theo en ik druk waren in ons restaurant, nooit tijd om langs te komen. Terwijl wij de lamsbouten de oven inschoven en de laatste asperges schilden, voor de gasten die later op de dag zouden aanschuiven, keek jij uit naar het moment dat de Paus het ‘Urbi et Orbi’ zou uitspreken.

‘Nou mam, wel opletten of hij ons weer gaat bedanken voor de BLUMEN hè’, zei ik dan altijd. En ondanks dat ik er niet bij was, zag ik je in mijn gedachten al klaar zitten voor de tv.
Nu zie ik je ook weer voor me, op de bank, een beetje wiebelend zoals je dat de laatste tijd deed, scherp van geest.

Alleen zal Paus Franciscus Nederland vandaag niet kunnen bedanken voor de bloemen, omdat er geen één bloem het Sint Pietersplein dit jaar zal opvrolijken. Ondanks de overvloed aan snijbloemen bij de telers… Dat alles te ‘danken’ (potjandikkeme, sorry, ik hou het christelijk hoor) aan het coronavirus.

Over bloemen gesproken. Vroeger zorgde jij met Pasen altijd dat de eerste paaslelies uit eigen tuin onze woonkamer opvrolijkte! Dag mam, een Zááálig Pasen…

‘Wat komt jou het beste uit?’

‘Wat zeg je?’ Ik verslik me en schiet gelijktijdig in de lach. Een lach die niet meer wil stoppen en over gaat in snikken. De tranen die over mijn wangen rollen, worden steeds zouter. Door de telefoon hoor ik René nogmaals die vraag stellen en ik probeer mijn lach te onderdrukken.

Mijn auto heeft een APK nodig, plus wisseling van de banden, plus een kleine beurt, plus een eventuele reparatie aangezien er drie lampjes op mijn dashboard sinds deze week continu branden. Dat laatste is mijn eigen schuld, denk ik. Had ik maar niet zo hard moeten roepen dat mijn auto, mijn steun en toeverlaat, het zo goed doet en mij overal naar toebrengt. Of het is zijn vorm van protest omdat ik nu niet meer zoveel met hem de straat opga… De garage gaat het voor mij uitzoeken.

Nadat ik de tranen heb weggeveegd, sla ik de agenda open. Een LEGE agenda wel te verstaan. ‘Sorry René, ik lach je niet uit hoor! Zeg jij het maar, wat komt JULLIE het beste uit. Ik ben op dit moment ERG flexibel.’
Ik zie hem bij wijze van spreken aan de andere kant van de telefoonlijn rood kleuren. ‘Oh ja, bij jou ligt natuurlijk ook alles stil…’
Na een gesprekje over het wel en wee van onze bedrijven en wat er allemaal gebeurt, nemen we alle vereiste aandachtspunten door en prikken een datum.

‘Ik zorg dat er een leenauto voor je klaarstaat.’
Normaal gesproken leg ik altijd, als zij mijn auto onder handen nemen, wat bezoekjes in de omgeving af.
‘Nou, daar zie ik deze keer maar van af. Bijna al mijn kennissen zitten in thuisquarantaine, die zitten niet op mij te wachten. Weet je, ik vind dit bezoek aan jouw garage al ontzettend spannend.’

Nog steeds vrolijk beëindig ik het gesprek, blij dat de afspraak staat. Maar direct daarna overmeestert mij een schuldgevoel en vergaat mij het lachen. En dat puur en alleen omdat ik mijn auto up-to-date wil houden en daarvoor de deur uit moet. Ik besef weer eens hoe enorm de wereld om me heen is veranderd. Die constatering doet me pijn.
Met een diepe zucht sla ik de agenda dicht en vraag me af of we ooit nog de oude onbevangen versie terug zullen zien…